Tim & Michel op reis

Vietnam

Vietnam – Cambodja

Vietnam - Cambodja

Vietnam — Cambodja

Wat een immense en intense stad is Sài Gòn. We dachten dat we in Hà Nội wel gewend waren aan het drukke verkeer, de langszoevende motorbikes en het constante getoeter… Niets bleek minder waar, want in Sài Gòn is het allemaal nog een tandje meer, en veel en veel voller.

Sài Gòn wil een metropool zijn en dat zie je aan alles. De skyscrapers en malls poppen uit de grond, en de super luxe modemerken zoals Chanel, Louis Vuitton, etc vestigen zich in de stad.

Hierdoor zie je dat het gat tussen rijk en arm heel groot is.

De stad is opgedeeld in districten (Phường) en Phường 1 wordt gezien als het absolute centrum. Hier zie je tussen de enorme wolkenkrabbers en malls ook heel duidelijk de Franse invloeden. Er staat (ja daar is hij weer) ook hier een Notre-Dame Cathedral en het Sài Gòn postkantoor en operahuis zijn koloniale ‘landmarks’.

Woensdag de 19e zijn we laat in Sài Gòn aangekomen, hebben ons hostel opgezocht en zijn meteen gaan slapen. Donderdag hadden we nog 10 dagen visum voor Vietnam, dus we moesten dan toch maar een vervolgplan gaan trekken. Cambodja leek ons de meest logische stap. Daarom zijn we als eerste naar het consulaat van Cambodja in Sài Gòn gegaan om een visumaanvraag in te dienen. Super eenvoudig, 24 uur laten konden we ons paspoort met ingeplakt visum alweer ophalen. Volgende land, Cambodja! Maar nu eerst nog een flinke week in Vietnam.

In totaal hebben we 7 dagen in Sài Gòn doorgebracht, we hebben de dingen gedaan die we in en om de stad wilden bezoeken zoals het War Remnants Museum, de Chu Chi tunnels (beide vanwege de historie van dit land) en China Town. Daarnaast hebben we bewust ook wat off-day dagen ingepland. Dit was dan ook niet meer dan een dagdeel doorbrengen in een koffiehuis met onze MacBook. Michel om te ontwerpen, Tim om wat muziek te maken. Wat je meestal niet door hebt is dat dit je dagelijks leven is geworden. Je moet/kunt daarom niet altijd opzoek zijn naar activiteiten. Daarnaast worden onze kleren ook vies en moeten we een moment inlassen om de was te doen. Zo zijn er een boel dagelijkse dingen die je gewoon blijft doen uiteraard. Wél is de omgeving steeds anders en dien je telkens opnieuw je weg te vinden naar deze dagelijkse bezigheden.

Tijdens ons verblijf in Sài Gòn hebben we een uitstap gemaakt naar Cần Thơ. De busrit hierheen duurt 3 uur en was goed betaalbaar. Helaas bleken we wederom in een sleeperbus te zijn geëindigd — vanaf nu vragen we het maar van tevoren. Eenmaal aangekomen heeft een taxi ons naar het piepkleine plaatsje Thường Thạnh gebracht. Dit bleek ontzettend afgelegen, wat resulteerde dat wij de taxi-chauffeur erheen hebben moeten leiden met Google Maps. Het laatste stuk moesten we zelfs lopen omdat er geen auto’s konden komen.

Na een supergoeie lokale maaltijd en een goed gesprek met een Israëlisch stel, zijn we rond 21:30 uur al gaan slapen. De wekker ging voor ons namelijk om 03:00 uur, vanwege een tocht door de Mekong Delta — een netwerk van landinwaartse rivieren waar de bevolking ook nagenoeg op of aan het water leeft. Na onze gids wakker gemaakt te hebben om 04:00 uur — hij had zich verslapen — zijn wij een bootje opgestapt en in het pikkedonker over de riviertjes van Cần Thơ en Cai Rang op pad gegaan naar onze eerste stop. Het enige licht wat er was, was het reflecterende maanlicht op het water. De oever weerspiegelde zich aan beide zijden in het water, waardoor je alles als een soort symmetrische tunnel zag. De vleermuizen scheerden rakelings langs de boot over het water. Het enige geluid kwam van hanengekraai… en onze buitenboordmotor 😉 Het langzaam maar zeker licht worden en het ontwaken van Vietnam aan het water is echt zó prachtig! Mensen die zich wassen in de rivier, silhouetten van mensen op het dek van hun boot die hun ochtendgebed doen en meisjes die vanaf hun woonboot met een klein roeibootje naar de kant gaan om naar school te gaan.

Na twee uur varen kwamen we aan bij de Floating Market (drijvende markt). Deze markt is om 6 uur op zijn hoogtepunt, wat ons vroege vertrek verklaart. Een twintigtal marktkooplui staan op de randen van hun kleine bootjes hun goederen te verkopen. Veelal gaat het hier om fruit en groente zoals kokosnoot, watermeloen of tapioca. De bootjes liggen afgeladen vol en men gaat pas weer naar huis als alles verkocht is. Ook al ziet het er idyllisch uit, het leven op deze bootjes is daarentegen vaak heel zwaar. Het verkopen van alle goederen neemt soms wel een week tijd in beslag.

Men leeft dus een week lang op deze bootjes, voordat ze weer naar huis kunnen. Die vaarroute naar huis duurt vervolgens ook nog eens rond de 10 uur.

De tweede Floating Market waar we daarna heen gingen kun je beschouwen als een groothandel. De schepen zijn ook veel groter en de marktkooplui van de eerste floating market halen hun goederen bij dit ‘verdeel-station’. Máár… voordat we de markt opgingen was het eerst tijd voor ontbijt! Met een stevige trek zijn we daarom naast DÉ Hủ Tiếu (populaire noodlesoup van Zuid-Vietnam) verkoper van de omgeving aangemeerd, begrijp goed.. niet aan een steiger… nee, aan zijn kleine hemelsblauwe Hủ Tiếu bereidingsbootje!

Al genietend van dit enorm lekkere ontbijt (het was inmiddels 8:30 uur) komt er aan onze linkerzijde een bootje aanmeren die ons koffie verkoopt. We hadden nu dus aan weerszijden een aangemeerd bootje liggen, waarmee we van alle gemakken voorzien waren. Totaal hebben we 7,5 uur op het water doorgebracht en aan het begin van de middag zijn we in Cần Thơ afgezet in de haven. Een mooie tocht met ook hier weer grote contrasten. De rivier en het gebied van de Mekong Delta zijn ontzettend vruchtbaar voor voedselverbouwing en transport, maar tegelijkertijd wordt het ook als vuilnisbelt behandeld. De bevolking leeft aan het water en wanneer je door de rivier vaart, kijk je bij de mensen in hun achtertuin. Waar het ene huishouden zijn prullenbak ondersteboven kiept in het water, staat de buurvrouw haar kleren in datzelfde water te wassen. Ook mensen wassen zichzelf in de rivier, terwijl de oevers werkelijk overal bezaaid liggen met plastic en huishoudelijk afval. Het staat bekend als een prachtig natuurgebied met ontzettend veel groen en dat is het ook écht, maar wanneer je er bent zie je zeker ook de realiteit.

Tijd om weer terug te gaan naar Sài Gòn en om ons voor te bereiden op de trip naar Cambodja.

Vanuit Sài Gòn hebben we dan ook donderdagochtend de bus gepakt (Ja! Een normale zitbus) naar Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja.

De stad maakte niet veel indruk op ons, en na de belangrijkste bezienswaardigheden zoals de S21 Genocide Museum en de Kiling Fields — twee plaatsen die je écht bezocht moet hebben vanwege zijn (gruwelijke) geschiedenis rondom de Rode Khmer — zijn we vanochtend om 7 uur op de trein naar Sihanoukville gestapt, vanwaar we direct verder zouden gaan naar Koh Rong.

In de trein raakten we aan de praat met een Nederlands stel uit Leeuwarden, welke onderweg waren naar Kampot. Na wat gelezen te hebben, besloten we net voordat de trein tot stilstand kwam dat we deze plek óók wilden zien. En hier zijn we dan onverwachts…. in Kampot!

Reacties:

Van noord naar zuid

van Noord naar Zuid

Vietnam

En daar was hij dan, de donderdagavond dat we de ‘sleeperbus’ namen naar Huế. Vol goede moed stonden we om 19.30u (vertrektijd) bepakt en bezakt klaar voor vertrek. Tijd neem je hier met een korrel zout, dus na twee uur gewacht te hebben zien we om 21.30u een met paars-en-blauw-verlichte bus tóch onze kant op komen. Gehaast, snel snel, hup hup moeten we instappen en al rijdend en heen en weer schuddend in het donker een plekje zoeken.

Picture this: een -niet dubbeldekse- bus met 38(!) bedden in 3 rijen naast elkaar met 2 laags onder én boven een bed… De moed zakte ons per seconde in de schoenen. Zeker toen bleek dat de gangpaden vól opgestapelde backpacks lagen met daartussen zelfs nog een meisje op een slaapmatje. Al klimmend over de bedranden gingen we de bus in.

Michel heeft een plekje weten te bemachtigen ergens halverwege de bus op de bovenlaag en ik (Tim) had het geluk dat het laatste plekje wat vrijer was —naast de wc — met 6 anderen, helemaal achterin de bus.

Terwijl we elkaar realiserend aankijken dat de rit zo’n 13 uur zou gaan duren, hebben we ons er toch maar letterlijk bij neergelegd in bedden die klaarblijkelijk voor de wat kortere Aziaat zijn ontworpen. Zoals Rob Geus zou zeggen: “Man, man, man.”.

Leuke weetjes:

  • het meestgebruikte onderdeel van een voertuig is hier de claxon
  • er zijn maar 4 snelwegen in Vietnam en uiteraard niet op onze routes
  • wegen zijn van zulke slechte kwaliteit dat je bij elke hobbel en bobbel minimaal 5 cm van je ‘bed’ gelanceerd wordt
  • Als de bus stil staat gaat de airco uit en loopt de temperatuur op tot zo’n 40 graden.

Amper tot niet geslapen worden we in Huế uit de bus gegooid en voor we het wisten was de bus ook daadwerkelijk al weer weggereden. Beetje beduusd om ons heen kijkend zijn we op zoek naar onze backpack. Gelukkig lagen ze, weliswaar drijfnat, op de grond in het aankomsthuisje. Een medepassagier daarentegen liep tevergeefs te zoeken. Zijn tas was nergens te bekennen. Oftewel, leuk geprobeerd — zo’n busreis — maar voor ons hier in Vietnam in ieder geval niet meer 🙂

Huế

In de 2 dagen dat we in Huế zijn, zijn we niet overrompeld door de plaats. Dé trekpleister is hier de Imperial City of ook wel de Citadel genoemd. Het staat op de Unesco World Heritage lijst, maar we komen er achter dat het erg ver van ons af staat. We vonden het totaal niet interessant. Misschien komt het door het opgelopen slaaptekort, maar we besluiten al snel dat Huế het niet is. Na twee dagen besluiten we verder te gaan, ditkeer met de trein 😉

We besluiten de trein van 10.35 te pakken en verkijken ons een beetje op de afstand die we naar het station moeten lopen. Uitgeput en doorweekt van het zweet komen we nét op tijd aan op Ga Huế (Station Huế). Het spant erom, want we moeten nog een kaartje kopen. Terwijl Tim zich gespannen probeert duidelijk te maken aan de ticketbalie dat hij haast heeft, zoekt Michel alvast het juiste perron op. De medewerker aan de balie lijkt niets op te merken en op het moment dat ze wél opkijkt probeert er een man snel voor te dringen bij Tim. Terwijl Tim zijn hand voor het gezicht van de man wappert besteld hij snel de tickets naar Đà Nẵng. Op het moment dat we nog 2 minuten hebben om de weg naar de trein te vinden, blijkt opeens dat de trein een half uur vertraging heeft! Waar we normaal zouden balen, was het nu een mooie meevaller! 🙂

De rit die we maken naar Đà Nẵng staat bekend om zijn mooie route langs de kust. Niets is minder waar, maar wat blijkt…alle ramen zijn beplakt met advertenties! Na 2,5 uur door een honingraster naar al het moois te hebben gekeken komen we aan op onze tussenstop. Hier eten we wat en al zoekende naar een bushalte worden we opgemerkt door een meneer met een klein winkeltje — hij vervangt de bekleding van scooterzadels. Hij vraagt of we opzoek zijn naar de bus naar Hội An. Hij zet ons neer op zijn bankje en gebaart ons te ontspannen en te wachten. Een kwartiertje later houdt hij voor ons de bus aan en wij springen (wederom al rijdend) de bus naar Hội An in op een plek wat uiteindelijk dus helemaal geen bushalte bleek te zijn. Openbaar vervoer is hier goedkoop, voor de trein betaalden we 72.000 đồng wat zo’n €2,95 is. De bus daarentegen kostte ons 30.000 đồng (€1,22). We merken op dat er een verschil is in wat een local betaald en wat wij moesten betalen (niet vanwege scams, maar omdat dit vaak zo bepaald is).

We zijn best wel aan het letten op onze uitgaven en proberen ‘grote’ uitgaven te vermijden. Alles wat we enigszins kunnen beperken doen we dan ook, en om die reden zijn we vanaf het busstation gaan lopen naar onze slaapplek in Hội An, dit was 20-30 minuten lopen met de (ja weet je het nog) +/- 15 kg op onze rug én minstens de helft voorop. Doorweekt van het zweet komen we aan in ons hotel.

Die avond zijn we Hội An gaan ontdekken, en in tegenstelling tot Huế zijn we meteen gegrepen door dit mooie, pittoreske, historische, kleurrijke stadje.

Allemaal kleine winkeltjes — wel voornamelijk op het toerisme gericht — in historische gebouwen. Je hoort een toegangsticket te kopen voor de (oude) stad en hiermee ondersteun je het behoud van de oude stad. Weliswaar staan deze entreehuisjes maar op een paar straten en is het totaal niet waterdicht. We hebben er dan ook nooit voor hoeven betalen. Al met al zijn betalingen hier een vaag begrip. Zo ook voor parkeren. Als je je fiets lukraak op de stoep zet heb je grote kans dat er iemand uit zijn hangmat stapt en naar je roept dat je parkeerkosten moet betalen. Dit slaat dus nergens op. Negeren is moeilijk vanwege het lastigvallen, maar wanneer we de fiets oppakken en hem twee meter verderop weer wegzetten blijkt er niets aan de hand. Zo zie je maar, iedereen vraagt geld aan je, maar slechts de helft doet dit terecht. Inmiddels gaan we maar hard lachen als er iemand naar ons toestapt voor parkeerkosten. Dit lijkt tot nu toe óók te werken 😉

Hội An hebben we ook op de fiets ontdekt, en dat was zowel overdag als ’s avonds een enorm leuke ervaring. Het ligt praktisch aan de kust, dus binnen een half uur ben je op het strand.

Toen we volledig in style voor het strand aankwamen bleek echter dat de zee zo woest was dat het hele strand niet eens bereikbaar was. We kwamen niet verder dan een rijtje palmbomen en een dijk van zandzakken om de metershoge golven te laten breken. Raar, want het weer was verder hartstikke rustig. Het uitje naar het strand hebben we daarom maar ingeruild voor een fietstochtje, weg van de gebaande paden. En zo beland je van een drukke straat opeens in een rustig landweggetje tussen de rijstvelden! Waar kraanvogels rustig meerijden op de rug van grazende buffels en de witte eenden kwakend tussen de rijst zwemmen. De contrasten in Hội An zijn groot en dat maakt het een hele fijne plek om te verblijven.

Ook onze reis terug van Hội An naar Đà Nẵng hebben we uiteraard weer zo low-budget mogelijk gedaan, en na een wandeltochtje van 20-30 minuten zijn we in de lokale bus gestapt.

Na een hevige discussie met de kaartjescontroleur (die we overigens gewonnen hebben!) over het feit dat het kaartje nu ineens 50.000 đồng kost, en 3 dagen geleden 30.000 đồng, zitten we nu op het vliegveld van Đà Nẵng te wachten op het vliegtuig Hồ Chí Minh City — ze noemen het hier trouwens nog gewoon Saigon. We horen je denken: “Wooo low-budget toch?” Ja, dat klopt! Het vliegtuig blijkt in dit geval goedkoper dan een busrit. Fijn, want een busrit zou in dit geval 16 uur duren, daarentegen doet het vliegtuig er ruim een uurtje over.

Ennnn… we zijn in Saigon!

Reacties:

En we zijn bruin!

En we zijn bruin!

Vietnam

Zoals onze laatste post al verklapte hebben we 24 uur gereisd om op Cật Ba te komen vanaf Tả Phìn.
Reden genoeg om even een rustpauze in te lassen op Cật Ba!

Op Cật Ba hebben we dan ook deze rust genomen en rustig aan gedaan.

Tijdens die dagen hebben we niet veel meer gedaan dan:

  • Drie verschillende stranden gehad
  • Lekker veel geslapen en uitgeslapen
  • Nieuwe gerechten voor ons ontdekt in de Vietnamese keuken
  • Met een scooter het eiland ontdekt.
  • Een prachtige zonsondergang meegemaakt

We zijn dinsdagochtend met een bus, een fast-boat en nóg een bus van Cật Ba naar Ninh Bình gereisd.
Hier verblijven we in een hostel wat in een oud stationsgebouw is gesitueerd, prachtig gerenoveerd en naast dat het zijn authenticiteit nog heeft, heeft het ook de gemakken van deze tijd gekregen.

In Ninh Bình is niet zoveel te doen, maar 7 km verderop ligt Tam Cốc. Hier zijn we met een taxi naartoe gegaan om aldaar de welbekende tour over de rivier te doen. Ze noemen Tam Cốc ook wel de Hạ Long Bay & Cật Ba op het land.
Enorme rotspartijen van leisteen die ineens in het landschap staan, wat wat surrealistisch is maar zeer zeker prachtig is. Je gaat 3 grotten door met de boot, en deze doorgangen zijn maximaal 2 meter hoog vanaf het wateroppervlak. Leuk weetje.. als je goed oplet in de video; zie dat ze roeien met hun voeten!

Vandaag hebben we met een scooter de omgeving van Ninh Bình verkend en een bezoek gebracht aan de Bai Đính Tempel.

De werkzaamheden aan deze tempel zijn in 2003 begonnen en rond 2010 hebben ze deze afgerond. We stonden compleet perplex wat een geld het heeft  moeten kosten om dit te bouwen. Kosten noch moeite is bespaard in dit tempel complex.

Een leuk weetje, het houtsnijwerk en de beelden zijn allemaal door de lokale bevolking van de omliggende plaatsen gemaakt.

Vanavond verhuizen we weer! We gaan met een sleeperbus naar Huế, dit is een grote stap op de kaart en duurt dan ook 10 uur!

953 km later

En we zijn bruin!

Vietnam

Zoals onze laatste post al verklapte hebben we 24 uur gereisd om op Cật Ba te komen vanaf Tả Phìn.
Reden genoeg om even een rustpauze in te lassen op Cật Ba!

Op Cật Ba hebben we dan ook deze rust genomen en rustig aan gedaan.

Tijdens die dagen hebben we niet veel meer gedaan dan:

  • Drie verschillende stranden gehad
  • Lekker veel geslapen en uitgeslapen
  • Nieuwe gerechten voor ons ontdekt in de Vietnamese keuken
  • Met een scooter het eiland ontdekt.
  • Een prachtige zonsondergang meegemaakt

We zijn dinsdagochtend met een bus, een fast-boat en nóg een bus van Cật Ba naar Ninh Bình gereisd.
Hier verblijven we in een hostel wat in een oud stationsgebouw is gesitueerd, prachtig gerenoveerd en naast dat het zijn authenticiteit nog heeft, heeft het ook de gemakken van deze tijd gekregen.

In Ninh Bình is niet zoveel te doen, maar 7 km verderop ligt Tam Cốc. Hier zijn we met een taxi naartoe gegaan om aldaar de welbekende tour over de rivier te doen. Ze noemen Tam Cốc ook wel de Hạ Long Bay & Cật Ba op het land.
Enorme rotspartijen van leisteen die ineens in het landschap staan, wat wat surrealistisch is maar zeer zeker prachtig is. Je gaat 3 grotten door met de boot, en deze doorgangen zijn maximaal 2 meter hoog vanaf het wateroppervlak. Leuk weetje.. als je goed oplet in de video; zie dat ze roeien met hun voeten!

Vandaag hebben we met een scooter de omgeving van Ninh Bình verkend en een bezoek gebracht aan de Bai Đính Tempel.

De werkzaamheden aan deze tempel zijn in 2003 begonnen en rond 2010 hebben ze deze afgerond. We stonden compleet perplex wat een geld het heeft  moeten kosten om dit te bouwen. Kosten noch moeite is bespaard in dit tempel complex.

Een leuk weetje, het houtsnijwerk en de beelden zijn allemaal door de lokale bevolking van de omliggende plaatsen gemaakt.

Vanavond verhuizen we weer! We gaan met een sleeperbus naar Huế, dit is een grote stap op de kaart en duurt dan ook 10 uur!

Houd ons blog in de gaten voor een update over dit eiland, of abonneer je en krijg een email als we weer wat nieuws posten!

Hà Nội allemaal!

En we zijn bruin!

Vietnam

Zoals onze laatste post al verklapte hebben we 24 uur gereisd om op Cật Ba te komen vanaf Tả Phìn.
Reden genoeg om even een rustpauze in te lassen op Cật Ba!

Op Cật Ba hebben we dan ook deze rust genomen en rustig aan gedaan.

Tijdens die dagen hebben we niet veel meer gedaan dan:

  • Drie verschillende stranden gehad
  • Lekker veel geslapen en uitgeslapen
  • Nieuwe gerechten voor ons ontdekt in de Vietnamese keuken
  • Met een scooter het eiland ontdekt.
  • Een prachtige zonsondergang meegemaakt

We zijn dinsdagochtend met een bus, een fast-boat en nóg een bus van Cật Ba naar Ninh Bình gereisd.
Hier verblijven we in een hostel wat in een oud stationsgebouw is gesitueerd, prachtig gerenoveerd en naast dat het zijn authenticiteit nog heeft, heeft het ook de gemakken van deze tijd gekregen.

In Ninh Bình is niet zoveel te doen, maar 7 km verderop ligt Tam Cốc. Hier zijn we met een taxi naartoe gegaan om aldaar de welbekende tour over de rivier te doen. Ze noemen Tam Cốc ook wel de Hạ Long Bay & Cật Ba op het land.
Enorme rotspartijen van leisteen die ineens in het landschap staan, wat wat surrealistisch is maar zeer zeker prachtig is. Je gaat 3 grotten door met de boot, en deze doorgangen zijn maximaal 2 meter hoog vanaf het wateroppervlak. Leuk weetje.. als je goed oplet in de video; zie dat ze roeien met hun voeten!