Tim & Michel op reis

Landen

Naar Hélán via Taiwan & Japan!

Naar Hélán via Taiwan & Japan!

Taiwan — Japan

Meer dan anderhalf jaar na onze terugkomst in Nederland besluiten we dan toch het laatste stukje van onze trip toch nog maar eens te delen. We hebben de blogs nog even terug gelezen en we zijn bij de aankomst in Taipei gestopt dus laten we daar dan ook starten.

Na een laaaaange reis komen we op 6 mei 2017 aan in Taipei… We hebben tijdens onze layover al een hostel geboekt — wat redelijk uitzonderlijk voor ons is. Het Heybear Capsule hostel is het eerste Capsule hotel waar we mee in aanraking komen. Het principe is heel eenvoudig; in plaats van een kamer met verschillende losse bedden, is het een kamer vol met losse — afsluitbare — huisjes. Zo heb je de voordelen van een hostel en heel veel minder de nadelen. Alle privacy is er gewoon, ze zijn geluiddicht(er) en je hebt je eigen stopcontact en soms je eigen tv. We konden wel wat slaap gebruiken en zijn die avond dan ook goed op tijd in onze eigen (tijds)capsule gestapt.

Na een lange nachtrust stappen we ons hostel uit en ontdekken we de buurt rond het hostel in de ochtend. Al snel concluderen we dat we toch wel in een erg levendig deel van (New) Taipei zitten en de helft van de tentjes hier ’s ochtends de heerlijkste ontbijten serveren: Omeletwrap met zompig witbrood en warme sojamelk, geserveerd in een pastelgekleurd plastic mandje met daarbij een dikke ochtendkrant die Telegraaf-achtig schreeuwt in bold Chinese karakters. Een ideale situatie om de dag mee te starten.

We gaan die dag enigszins onwetend kriskras door Taipei en zien best veel; zo bezoeken we de Chiang Kai-shek Memorial Hall (als je de foto ziet herken jij het ook), de Longshan Temple (midden tussen de hoge gebouwen een uitzonderlijke uitzondering) en een setje nightmarkets (daar zijn er hier echt een heeeeeleboel van). Bij de Chiang Kai-shek Memorial Hall was een event gaande waar we nu nog steeds ons afvragen wat dat was… We hebben het gevraagd, maar het werd er niet bepaald duidelijker op. (Heb je een idee… laat het ons weten :))

Taiwan Taipei Chiang Kai Shek Memorial Hall Panorama

Wat ons vooral opvalt aan Taiwan is dat het net als China is maar dan meer beschaaft en gestructureerd. Wat opmerkelijk is; wij zien Taiwan als een land. China ziet Taiwan als een staat en noemt het dan ook Republiek China (中华民国)

De dagen daarop gaan we een dagje shoppen, een dagje relaxen, bezoeken we een dag musea en gaan we met de gondola (met doorzichtige glasbodem) de berg op naar Maokong. Bij de Taipei Zoo kan je op de kabelbaan stappen en na zo’n 4km omhoog kom je uit in het authentieke bergdorpje. Ze verbouwen in de bergen nog thee en dat is een behoorlijk dingetje daar. Op de terugweg stuitten we op een enorm straattheater. Het podium is over de weg heengebouwd als een soort brug van steigers, zodat de doorgang bewaard blijft. Het publiek pakt een stoel en zit in de smalle straatjes omhoog te kijken. We doen met ze mee en zien vooral heel erg veel felgekleurd theatraal gedoe zonder enige emotie, maar wel met een hoop geschreeuw. Weliswaar begrepen we er ook niet heel veel van natuurlijk, maar het zal ook vast een cultuurdingetje zijn geweest. Tijd om weer te gaan eten — in een land als deze een favoriete bezigheid.

Ook bezoeken we het plaatsje Jiufen (九份; Jiǔfèn, Chiufen). Een historisch dorpje vol traditionele producten en gerechten. Behoorlijk commercieel aangelegd en daardoor nogal overpriced. Michel heeft al enige tijd een soort ijsje met tutti-frutti-snoep in de gaten en besluit deze zelf ook te bestellen, sinds iedereen het eet, ’dus moet het wel lekker zijn’. Lekker ziet het er daarentegen niet uit. Het is een soort bakje gevuld met ‘don’t eat the yellow snow’-ijsschaafsel, gekleurde winegums (die niet naar winegums smaken) en melk?

Leuk geprobeerd, aber nein. Terug naar Taipei!

Japan

De volgende dag is het dan zo ver! Wie had dat ooit gedacht (want, veeel te duur en dus buiten budget)… we gaan naar Japan!

Bij Japan denk je aan Anime, structuur, schoonheid en technische gemakken zoals zelfreinigende, verwarmde en afspoelende (en als je wilt ook afdrogende) W.C.’s voorzien van audiodeuntjes zoals fluitende vogels en/of een stromend beekje. En wat blijkt: Het is nog waar ook. 

Nadat we een simkaart op de kop hebben getikt, beginnen we aan onze eerste stop: Osaka. Het eerste neon-paradijs (Dōtonbori) duikt op en meteen zit je in de vibe van het superfijne maar overprikkelende en toch aangenaam Japanse stadsleven.

De eerste dag is kort, vanwege het reizen. Na wat eerste indrukken te hebben opgedaan, gaan we met de metro naar ons hostel. Bij het openen van de deur zien we een rijtje jonge mensen op ons wachten om te verwelkomen. Terwijl we onze schoenen uitdoen en voorzien worden van huissloffen (typisch Japans) vertellen ze dat we de aller-allereerste gasten zijn in dit hostel. En inderdaad, het ruikt nog naar RAL9010 en vers geklikt kliklaminaat. Dit hostel is spiksplinternieuw. Zelfs de werknemers. Ze zijn dan ook nog een beetje gespannen en zenuwachtig, maar wel met een grote glimlach en een nieuwsgierige maar bescheiden blik (ook typisch Japans). Daarnaast was er ook een taalbarriere die het beetje ongemakkelijk maakte, maar het was een leuke ontmoeting met hele lieve mensen.

Na enkele dagen door Osaka te struinen om wat eerste Japanse indrukken op te doen (neon signs + streetfood + extravagante kledingstijlen) besluiten we door te reizen naar Kyoto. Een hele oude stad met authentieke districten, weliswaar samengesmolten met Osaka, maar in geen geval met elkaar te vergelijken.

Kyoto

Eenmaal aangekomen in Kyoto is het inmiddels al donker geworden. We maken uit nieuwsgierigheid nog even een avondwandeling en zien in de verste opeens gloeiendrode lampionnen hangen. Een prachtig gezicht — in combinatie met het hele straatbeeld. Het is Yasaka-Jinja Shrine. We bezoeken de shrine en wanen ons even in de spreekwoordelijke film door de typerende Japanse sferen, kleuren en aanzichten. Later in ons Capsule hostel komen we er achter dat deze tempel veelvuldig bezocht is door Steve Jobs, en dit is voor Tim een leuk feitje. 

De volgende dag gaan we naar Gion District. Geisha’s (die overigens niets met prostitutie te maken hebben, zoals helaas vaak gedacht wordt) zijn hier nog van oudsher te vinden in de smalle straatjes van dit district. ’s Avonds werken zij hier in de theehuizen en restaurants en worden vaak vergezeld door bodyguards vanwege hun populariteit. Terwijl we wat rondlopen in deze mooie wijk, gevuld met houten huisjes en antraciete brandschone straten, zien we uiteindelijk heel schichtig tot tweemaal een geisha van het ene theehuis naar het andere lopen. Het voelde bijna sprookjesachtig. Zo teer en zo schoon en kleurrijk.

Kyoto is ook een bonte verzameling van tempels met als bekendste de Fushimi Inari Shrine. Deze tempel gebouwt op een berg is een verzameling van meer dan 10.000 Torii's waar je in ongeveer 2 – 3 uur doorheen loopt. Doordat het op een berg gebouwd is doe je een aardige klim tijdens je bezoek en na 2,5 uur lopen we de tempel weer uit en gaan we opzoek naar onze volgende stop: de Tofuku-ji Temple en de Ryugin-an Temple. Die laatste blijkt dus 25 subtempels te hebben, wij beperkten ons tot de hoofdtempel. Deze tempel heeft 1 highlight en dat is de Japanse rotstuin. Ik hoor je denken… spannend! Je komt hier om te mediteren. En de grindtuinen zijn ontworpen door Mirei SHIGEMORI (重森三玲) (google him) en met de uiterste precisie geharkt. Het “mogen” harken van deze tuinen is een ware eer en duurt soms wel 50 jaar voordat je dit “mag” doen.

Ook bezoeken we in Kyoto natuurlijk de Kinkaku-Ji Temple. Dit betekend iets in de trant van de tempel met het gouden paviljoen, en dat klopt dan weer wel want er stond een met bladgoud belegde tempel die met de kleuren van de bomen erg mooie plaatjes gaf.

We sluiten de dag af bij het meest gehypte ramen restaurantje van Kyoto; Inori (麺屋 猪一). Je staat hier ruim een half uur tot een uur in de rij. In de rij bestel je al je eten. En als er plek is (ze hebben maar 12 plaatsen) dan mag je naar binnen. Je mag er geen foto’s nemen en of je even heel snel je eten naar binnen wilt slurpen 🙂 je hebt er precies 15 minuten voor. We zijn geen ramen experts, wel genieten we van deze noodle soup en de experience eromheen. Later lezen we van locals dat het de beste ramen is die ze ooit in Japan hebben gegeten. Het was dan ook écht heel lekker.

Net als in Taiwan slapen we in Kyoto —mede vanwege ons beperkte budget— ook in een capsule hostel; 9 Hours (bekijk vooral even hun foto’s om een idee te krijgen hoe zoiets er uitziet)

Het concept is redelijk gelijk aan alle andere capsule hotels, alleen ben je hier verplicht om elke ochtend uit te checken… en dan later op de dag weer in te checken… we komen er niet echt achter wat de achterliggende gedachte hiervan is maar denken dat het doel is om de langverblijvende zo een beetje te beperken.

Nara

Tijd om door te reizen naar Nara. Nara ligt ook weer vastgegroeid aan Kyoto en is de aller eerste hoofdstad van Japan. Je gaat naar Nara voor de Kofuku-ji temple, het Nara park & de Todai-ji temple, maar bovenal — voor de talloze herten die er rondwandelen op straat. Ze zijn bijna zo tam dat ze brutaal zijn! Het zijn prachtige beestjes en er zijn er zo veel! We brengen de dag door met Einar & Andreas die we hebben leren kennen in ons hostel. Ze komen uit IJsland en dat is ons gespreksonderwerp veel momenten van de dag vanwege onze facinatie voor hun land. We hebben nog een zonsondergang aan het einde van de dag met zijn 4-en en onze wegen splitsen ook weer.

Na een lange wandeling door het hertenparadijs, is het alweer tijd om door te gaan naar Tokyo. Weliswaar via Osaka, en dus keren we weer terug bij ons allereerste hostel! Slechts voor één nachtje, om de volgende dag door te vliegen naar Tokyo. Mike — de manager van het hostel — is een aardige jongen. We hebben een goed gesprek die avond, met een hoop chocola (als soort van proeverij welke Japanse chocola nou daadwerkelijk goed is). Gezien zijn shift erop zit, vraagt hij ons mee om te gaan shoppen bij Don Kuijote — een winkelketen waar je geweest MOET zijn, aldus Mike. We stappen bij ‘m in de auto en lopen uiteindelijke door een megastore vol met…troep. Weliswaar kocht Michel er een Casio horloge. We voegen Mike toe aan Facebook en nemen al zwaaiend afscheid.

Tokyo

We worden op het vliegveld van Osaka op de startbaan letterlijk uitgezwaaid door twee Japanse medewerkers van het grondpersoneel (ook typisch Japans)… want we gaan naar Tokyo! Dit kan je met de Shinkansen (bullettrain) in 2 uur doen, alleen is vliegen voor ons veel voordeliger.

Tokyo was — tot voor kort — de grootste metropool ter wereld! Deze aglomeratie heeft 39,8 miljoen inwoners en is recentelijk door het Chinese Guangzhou ingehaald door een indelingswijziging en hier wonen 48,6 miljoen mensen.

In Tokyo bezoek je natuurlijk de Shibuya-crossing. Dit kruispunt is het drukste van de hele wereld. Per groen licht steken er rond de 2500 mensen over in de spits. We ontmoeten een kennis van Tim hier die toevallig ook in Tokyo is en trekken met hem de rest van de dag op. Een leuke bijkomstigheid; naast dit kruispunt staat het Hachiko beeldje. Wij waren helemaal niet bekend met dit beeldje en bijbehorende verhaal. Ken je het ook niet? Google even! We gaan op tijd naar bed die dag, want de volgende dag staan we supervroeg (maar dan ook echt heel vroeg) op om als een van de eersten in de rij te staan voor de beperkte deurverkoop voor kaartjes voor… het sumoworstelen! Uitgerekend tijdens ons verblijf in Tokyo is er een groot tournament bezig, dus iets over 06:00 uur in de ochtend hebben we de reis naar het stadion achter de rug en stappen we in de rij in de hoop een kaartje te bemachtigen! De rij is te vergelijken met een authentieke iPhone launch en langzaam maar zeker schuifelen we stapje voor stapje dichter bij een kaartje. Tegen 08:00 uur hebben we de garantie dat we een kaartje mogen kopen en niet veel later staan we binnen. Nu denk je … ja niet zo bijzonder toch? JA! Toch wel. Er worden ongeveer 3 Sumo wedstrijden per jaar gehouden, en deze zijn ver vooruit al online uitverkocht! Echt maar een select aantal kaarten is aan de kassa op die dag te koop, en dat hebben we succesvol geprobeerd! Het evenement is heel kleurrijk buiten aangekleed met strijdvlaggen van alle teams! En zo her en der zien we sumoworstelaars in en rond de arena rondlopen. De hele ochtend en middag houden we — om en om— onze stoelen gereserveerd en zien we de verschillende klasses in gewicht en leeftijd met elkaar strijden. We zitten hoog in de zaal, maar kunnen toch alles heel goed zien. Er wordt geschreeuwd, met bravoure op de grond gestampt en traditioneel gesmeten met magnesiumpoeder (?) zoals je wel kent uit de gymles van vroeger. Fenomenaal gezicht en vóór je het weet, zit je zelf in spanning mee te juichen! In de pauze krijgen we de kans om ‘te eten zoals een worstelaar eet’. Er is een speciale zaal voor ingericht, waar je een bakje ‘proteïne-bouillon’ kunt kopen — want dat is het eigenlijk wel. En nog lekker ook!

Harajuku is een wijk in Tokyo die mocht je ooit naar deze stad gaat ook moet bezoeken. Vooral op zondag komt de jeugd hier in de meest geweldige creaties van kleding rondhangen en natuurlijk elkaar hun verschillende stijlen van kleding te laten zien. Er is niet een bepaalde style waar je aan moet voldoen, dit is volledig aan jou en zoals jij het wilt. Het is dan ook vaak een combinatie van cosplay, lolita, gothic, haute couture of de muzikale subculture; visual kei. Er zijn geregeld mode-trends ontstaan in Harajuku die vervolgens door de bekende modehuizen wereldwijd bekendgemaakt zijn. Ook bezoeken we de wijk Akihabara. Dit is sinds na de tweede wereldoorlog DE electronica wijk. Hier vind je wolkenkrabbers vol met game hallen. Winkels van de bekende console merken en ontwikkelaars en alle electronica die je maar kan bedenken. Oh en natuurlijk winkels vol met alleen de individuele componenten. We doen een paar spelletjes in de game hallen en met tuitende oren van de herrie stappen we weer naar buiten. Is er nog tijd voor karaoke? Tuuuurlijk! Op naar een karaokebar, waar je (gelukkig) in een soort private room — verkleed als astronaut of Pikachu — de longen uit je lijf kunt zingen. Schor maar voldaan sluiten we de dag af met afgeprijsde sushi uit de supermarkt. (Gezien we niet heel veel reisgeld meer hadden én Japan vrij duur is, besloten we dagelijks om na 20.00 sushi te kopen in de supermarkt, die rond dat tijdstip altijd voorzien werd van flinke-korting-stickers). Prima oplossing, en nog lekker ook!

In Tokyo slapen we in een hostel die piepkleine kamertjes heeft in ryokan-stijl. De originele vorm is met bad en gezamenlijke kamer, maar de huidige versie is een adoptie van de manier van slapen; een heel dun matje op de grond. Dit moet je geprobeerd hebben in Japan, maar heel voordelig voor je rug is het niet! 

De een-na-laatste dag van ons Japan avontuur bestaat uit een bezoek aan de Tsukiji fiish market. Rond 03:00 uur komt de handel hier binnen van over heel de wereld via de haven, vrachtvervoer of vliegtuig. Het meest indrukwekkendst zijn de diepgevroren tonijnen. Dit is dan ook wel een dingetje om de veiling hiervan bij te moeten wonen. We bekijken onze opties en als we realiseren dat we rond 04:00 uur bij de vismarkt in de rij moeten gaan staan, om eventueel uitgeloot te worden als bezoeker, besluiten we dat we dat even niet gaan doen. Na het vroege opstaan bij de Sumo worstelaars zijn we al redelijk trots dat we er rond 09:00 uur al rondlopen en er is nog flink bedrijvigheid. Het gebied is interessant om doorheen te lopen. De grootste tonijnen!

En dan is het opeens zover. Na nog een dag te hebben geshopt staan we met heel veel excitement op het vliegveld klaar om naar ons nieuwe avontuur te gaan dat “terug naar Nederland” heet. Op 4 juni 2017 vliegen we terug naar Amsterdam en beginnen langzaam maar zeker ons ‘normale’ leven weer op te starten na 8 bewogen maanden, waarvan 6 maanden op reis. We bezochten Vietnam, Cambodja, Thailand, Hong Kong, China, Maleisië, Singapore, Indonesië, Brunei, de Filipijnen, Taiwan en Japan.

Momenteel wonen en werken we in Eindhoven. Daarnaast zijn we in september 2018 begonnen aan een taalcursus Mandarijns.

Reacties:

8 paspoortstempels in 1 rit!

8 paspoortstempels in 1 rit!

Maleisië — Brunei — Filipijnen

Op 8 april vliegen we wederom naar Jakarta en stappen meteen over op een vlucht naar Pontianak op Kalimantan (het Indonesische gedeelte van Borneo) Recentelijk zijn we te weten gekomen dat de vader van Tim hier gewoond heeft toen hij een klein jongetje was, dit als leuk klein weetje. Wij gebruiken Pontianak eigenlijk alleen als doorreis-hub naar Maleisisch borneo en gaan na een nacht slapen dan ook vroeg op pad om bij onze geboekte bus te komen op het busstation 20 km buiten de stad. Onze bus vertrekt om 07:00 uur en op aanraden van ons hotel vertrekken we om 05:30 (We moesten rekening houden met de drukke ochtend spits) met de taxi, en nog geen 20 minuten later staan we op een verlaten busstation in the middle of nowhere, we zijn wat aan de vroege kant concluderen we al snel.

We ontbijten en rond 06:30 blijkt er wat leven op het busstation te komen. De loketten worden langzaam aan bemand en even later gaat het licht dan ook aan van de door ons geboekte busmaatschappij. De mijnheer achter het loket kan er niet bij dat we via internet geboekt hebben (zo begrijpen we, hij spreek alleen Indonesisch) en is van mening dat we nog moeten betalen. In ons beste handen-en-voeten-werk krijgen we hem er van overtuigd dat het echt zo is en dat we echt niet nog een keer 500.000 rupiah gaan betalen! Er wordt wat heen en weer gebeld en middels een gevonden amateur-tolk begrijpen we dat we mogen doorlopen naar het vertrek platform. Waar we inmiddels al niet meer van opkijken is er geen bus om 07:00 uur. Pas tegen 07:30 komt er dan toch een bus en kunnen we even later beginnen aan onze 9 uur durende rit naar Kuching (Maleisië).

De rit naar Kuching is werkelijk prachtig! Onze eerste indrukken van het regenwoud van Borneo doen we hier op, maar zeerzeker ook het (voornamelijk) primitieve leven wat de mensen hebben. Er loopt eigenlijk maar één hoofdweg langs de kust van het eiland, helemaal rondom. Langs deze weg bouwt iedereen zijn houten huisje. Vaak is het een niet meer dan vier buitenmuren met een dak. We kijken onze ogen uit naar al het schoons van natuur en ook hoe gelukkig je kan zijn met zo weinig middelen.

Kuching

Kuching staat bekend om het National Park wat er in de buurt ligt, en er is een Wildlife Center welke oerang utans opvangt die verstoten zijn of wees. De oeraug utans leven gewoon in het regenwoud, maar worden om de zoveel tijd met een lokroep aangehaald om ze bij te voederen als ze daar behoefte aan hebben. Op deze manier leven de apen volledig in de natuur, maar kan er ook een oogje in het zeil worden gehouden.

Onze eerste stop is het Wildlife Center. Het centrum ligt zo’n uur buiten Kuching. We maken gretig gebruik van Uber in Maleisië en dus ook in Kuching. Tot ons verbazing accepteert een uber-chauffeur onze aanvraag en al rijdende komt deze dame er een beetje schrikachtig achter dat ze en rit heeft geaccepteerd van zo’n grote afstand. Er wordt wat druk gebeld met (wij denken) mede uber-chauffeurs en uiteindelijk komen we snel (en erg voordelig) op onze bestemming aan.

Vanaf de ingang is het nog zo’n 20 minuten door het regenwoud lopen. Op het moment dat we aankomen bij zien we dat er een enorme oerang utan net gevoederd wordt met een enorme berg bananen, hardgekookte eieren en een kokosnoot toe. In ons vooronderzoek hadden we over dit mannetje al gelezen; het is Ricky. Ricky is een erg humeurig dominant mannetje die de leider van de groep is. Hij wil altijd op hetzelfde tijdstip te eten krijgen om hem niet kwaad te krijgen. Die hebben we alvast in de pocket – het is namelijk niet gegarandeerd dat de oerang utans op het voederen af komen elke keer. Dit is afhankelijk van het weer, maar ook de beschikbaarheid van voedsel in het regenwoud is hier een factor in.

Helaas begint het bijna daarna meteen te al een gek te regenen en zien we de hoop om de rest van de oerang utan te kunnen zien langzaam maar zeker verder wegzakken.

In de zeikende regen staan we met nog een klein beetje hoop op de uitkijk naar nog meer van deze mooie beestjes. Even later komen er 2 verzorgers uit de jungle met — ja hoor — daarachteraan een oerang utan.

Op dit specifieke moment realiseren we dat soms alleen met je iPhone fotograferen geen uitkomst is, en hele duidelijke foto’s maken we niet van deze schattige wezentjes. Dat we ze in het echt hebben mogen zien is een bijzondere ervaring, en het zijn prachtige dieren!

Kuching betekend letterlijk ‘kat’, de stad maakt hier gretig gebruik van. Op verschillende straathoeken staan standbeelden van katten en er is een heus kattenmuseum. Op een verveeld moment nemen we hier een kijkje – het is dat het gratis is – en komen snel tot de conclusie dat het een uit de hand gelopen verzameling is, en we zijn er met een 20 min ook weer weg. Op het moment dat wij uit het museum stappen, stapt er iemand voor ons uit een Uber-auto. We communiceren met de Uber-driver dat we graag met hem meerijden. De driver blijkt een fantastische kerel die het ‘Uberen’ doet voor zijn plezier en om mensen te ontmoeten. We hebben het super gezellig en we spreken meteen met hem af om ons de volgende dag naar het National Park te laten rijden!

Het is een man van zijn woord en trouw staat hij in de vroege morgen voor ons hostel klaar om ons op te halen. Het is een aardig stuk rijden naar het Park, maar hoe vroeg het ook is, we hebben weer een leuk gesprek met onze vriendelijke held! We arriveren rond 07:30 bij de jetty toegangspoort van Bako National Park. Hier neem je de boot om bij het Park zelf te komen.

Kuching-Bako-Pano

Het park staat bekend om zijn proboscis Monkey (de neusaap, maar ook wel Dutch Monkey genoemd vanwege zijn grote neus!) en er zijn dan ook een aantal hikes die je kan doen in het park, met eentje waar je grote kans hebt om ze te zien. Deze besluiten we te doen en maken een prachtige tour door de Bornoeaanse jungle, maar helaas voor ons géén neusaap. We doen nog een andere hike, waar we uiteindelijk niet echt goed uitkomen qua tijd en lopen terug naar het centrale punt om te vertrekken. Om 15:00 uur gaat de laatste (?!!) set boten terug naar de hoofdingang. We willen niet tot het laatste moment wachten en reserveren voor de zekerheid de boot van 14:00 uur. We hebben nog wat tijd te doden, en zien een groepje mensen even verderop rond een tak staan. Zou het dan toch? Het is echter geen aap zoals wij hoopten, maar een groene gifslang. Er hangt wel röhring in de lucht zoals we merken en verder staan weer wat mensen te staren, dit keer naar boven! We staren mee en in de verre verte in de boomtoppen worden we dan toch getrakteerd op een prachtige neusaap. De rust die hij heeft en hoe hij gemakkelijk en sierlijk van plek naar plek springt is prachtig! We zien er uiteindelijk 3 in totaal, ook zien we nog een familie zilver-apen. Als kers op de taart lopen we naar onze boot en zien op het strand nog een prachtig zwijn (dezelfde soort als Pumba uit de Lion King!) te staan vroeten in het natte zand.

Onze driver staat wederom gereed op het moment dat wij bij de jetty weer aankomen, en hebben een super plezierige rit met hem naar ons hostel. Inmiddels weet hij ook dat wij de volgende dag een hele vroege vlucht hebben naar Miri, en hij is ook zo lief om ons op te halen in de vroege morgen (5:00!) en ons op het vliegveld af te zetten (voor een schaamteloos laag bedrag).

We vliegen met een tussenstop in 2 uurtjes naar Miri, waar we wat eten, en stappen op het busstation op de bus naar Brunei!

Brunei

Tsja, heb je er ooit eerder van gehoord? Toen we aankondigden dat we naar dit piepkleine landje op Borneo gingen, hoorden we hier en daar dat “Willem-Alexander en Maxima daar ook zijn geweest”. Ok, maar dan houdt het ook gauw op.

Als je Googled op Brunei kom je er al snel achter dat het om een ontzettend rijke oliestaat gaat, met een nóg rijkere sultan. We sommen even lukraak wat op als het gaat om de bezittingen van de sultan. Hij heeft:

  • Een paleis met 1788 kamers, 257 badkamers, 5 zwembaden, 1 moskee en een eetzaal voor 5000 gasten 
  • Een garage met 7000 uitzonderlijk dure auto’s
  • Op zijn 50e verjaardag een stadion laten bouwen, waarna hij Michael Jackson heeft uitgenodigd om er 3 optredens te geven voor 17 miljoen dollar

Met deze informatie in ons achterhoofd, verwachten we dan ook echt een cultuurshock aan te treffen zodra we de grens passeren vanuit Maleisië naar Brunei. Maar… dames en heren, jongens en meisjes — niets is minder waar!

Ok, ok, de grensovergang deed ons enigszins denken aan de overgang van België naar Nederland. Zo’n drempel van Vlaams slecht onderhouden asfalt naar de glanzende zwarte glijbaan van Nederland. De wegen in Brunei waren een stuk beter, maar daar hield het op dat moment dan ook bij op.

Na een lange maar voldane rit — vanwege een buitengewoon prachtige zonsondergang — komen we aan in de hoofdstad van Brunei. We worden in het centrum afgezet en besluiten eerst wat te eten, voordat we naar onze accommodatie gaan aangezien deze een kwartier rijden buiten het centrum ligt.

Terwijl we aan het eten zijn, vragen we aan een local wat een taxirit kost. Hij kijkt z’n vrouw aan en de hele gezinstafel begint te lachen. De tafel achter hun schaart zich erbij en na een minuut houden welgeteld 9 mensen zich lachend bezig met onze vraag. De reden is als volgt: Er zijn zo’n 50 taxi’s in Brunei, dus een beschikbare taxi vinden is al een hele opgave. Daarnaast kost een taxiritje van een paar kilometer al gauw 20 dollar. Iedereen denkt na en probeert ons te helpen met hoe we het beste naar onze bestemming kunnen. Uiteindelijk besluit het gezin dat ze ons zelf wel even wegbrengen met hun auto — zo lief! Na veel gelach en thank-you’s zitten we met onze backpacks op de achterbank van een volle gezinsauto.

We praten wat over Brunei en Nederland en krijgen nog wat tips. We bedanken ze van harte en nemen afscheid op de stoep van ons veel te dure hotel, want ja, Brunei is erg duur en we konden niets goedkoops vinden. Wél vertelt de man in kwestie ons die avond dat er een backpackershostel in het centrum zit en dat we daar maar eens moeten aankloppen!

De volgende dag checken we uit en gaan we opzoek naar het hostel waar hij het over had. Het duurt niet lang of een enorm youth center duikt op in de straat. En ja hoor… een tientje per persoon op een vier-bedden-kamer (nog steeds best veel, maar erg goedkoop voor Bruneise begrippen).

Brunei blijkt echter zo ontzettend saai, dat we er welgeteld 1 volle dag (2 nachten) verblijven. Er is werkelijk niets te doen dan rondlopen. Nu kan dat an sich juist heel erg leuk zijn, maar er valt werkelijk niets te beleven. Het is zelfs lastig om wat lokale eetgelegenheden te vinden. We hebben de bekende moskee bezocht in het centrum, waarvan de daken overigens bekleed zijn met ECHT goud, maar verder dan dat heeft Brunei ons niets te bieden. Toch hebben we zeker geen spijt van ons bezoek, want tja…we waren toch in de buurt.

De volgende dag nemen we de bus naar het noorden van Borneo, wat zich weer in Maleisië bevindt. Deze busrit levert 8 (!) stempels op in ons paspoort. De grensovergangen zijn namelijk als volgt:

Brunei (Zuid) – Maleisië (Sarawak) Maleisië (Sarawak) – Brunei (Noord) Brunei (Noord) – Maleisië (Sarawak) Maleisië (Sarawak) – Maleisië (Sabah)

Uiteraard kent elke grens een departure en arrival stempel, dus kom je op 2 x 4 = 8 stempels om vanuit Brunei in noord Borneo te komen.

Nadat we net vertrokken zijn rijden we nog even langs het paleis van de sultan, óók met gouden daken uiteraard, en na zo’n 8 uur rijden met tergend zeurende muziek van de chauffeur komen we aan in Kota Kinabalu, onze laatste stop op Borneo.

Kota Kinabalu Kota Kinabalu – in de volksmond KK – bezoek je om mountain Kinabalu en het aangrenzende National Park. De berg beklimmen kan alleen als je goed geoefende klimmer bent, en waar je minstens een halfjaar van te voren een permit voor moeten aanvragen. Nou zijn we dat eerste wel (knipoogt), maar hadden we geen vergunning. Het National Park bezoeken we wél en deze jungle is wederom prachtig. Ook hier doen we een hike, maar moeten hierna alweer vrij gauw terug naar de stad aangezien het nog 80 km door de bergen rijden is.

We lezen ons in over de rest van Borneo (met name de oostelijke eilanden van Sabah) en komen tot de conclusie dat de andere delen die wij willen bezoeken onveilig verklaard zijn. Je herinnert wellicht nog de nieuwsberichten over piraterij en kidnappingen door Filipijnen op Maleisisch grondgebied. Het blijkt in die berichten te zijn gegaan om deze eilanden. Wetende dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er iets zal gebeuren, besluiten we om er toch niet heen te gaan. Het geeft geen prettig gevoel en kunnen ook elders in de buurt de mooiste eilanden bezoeken. Zo gezegd, zo gedaan! We pakken daarom het vliegtuig naar Manilla. Hier stappen we — na een nachtelijke overstap van 9 uur lang — over op het vliegtuig naar Puerto Princesa op het prachtige Filipijnse eiland Palawan!

Puerto Princesa

Na lang bij de bagageband te hebben staan wachten als jonge puppy’s uitkijkend naar hun baasje… moeten we concluderen dat toch echt de backpack van Tim niet is meegekomen of kwijt is. We melden ons bij een medewerker en worden naar zijn wachtkamer meegenomen. Deze wachtkamer gaan we even voor je visualiseren:

Een vies klein opslaghalletje waar via de achterkant de vracht uit de vliegtuigen binnenkomt en aan de voorkant de busjes klaar staan om de vracht in te laden.

Wij zitten op twee kuipstoeltjes in het voorste gedeelte.

Op onze vlucht is kennelijk allemaal verse consumptievis meegekomen. Terwijl we op de stoel rustig zitten te wachten op antwoord, staat een tiental arbeiders de dozen vis open te snijden. Ze laten het lekkende ijswater eruit stromen en beginnen de vissen stuk voor stuk over te gooien in nieuwe dozen (ze controleren de vis waarschijnlijk op kwaliteit, echtheid of drugssmokkel). De vissen vliegen ons om de oren, terwijl we oppassen dat we niet met onze slippers in het smeltwater staan. Ondertussen vullen we wat documenten in betreffende onze vermiste bagage. We krijgen te horen dat er 3 scenarios mogelijk zijn: of hij is kwijt, of hij ligt nog in Manila, of de douane heeft hem vanwege zijn inhoud apart gehouden.

Na lang bellen, en veel hulp van Alex (de medewerker die ons helpt) zijn we erachter gekomen dat hij achtergebleven is in Manilla. Hij komt alsnog op het volgende vliegtuig mee. Na 4 a 5 uur kunnen we de tas ophalen. We overnachten 1 nacht in Puerto Princesa en gaan de volgende dag meteen met een busje mee naar El Nido, de plek waar we hiervoor naar dit eiland op de Filipijnen zijn gekomen.

El Nido Je komt naar El Nido voor zijn prachtige stranden, zonsondergangen en geweldige (verborgen) azuurblauwe lagoons (en voor sommigen ook om een stuk in je kraag te zuipen). Wij bewegen de eerste dagen eigenlijk alleen maar van ons bed naar het strand en vice versa. De ontspanning is toegeslagen na het (vele) reizen op Borneo en we genieten wel van een beetje op het strand liggen en in zee dobberen.

El-Nido-Corong-Corong-Pano

We huren na zes stranddagen een scooter en gaan, ja… komtie, naar Nacpan beach! Weer een strand? Jazeker! En ook nog eens een heel mooi strand! De weg naar dit strand is het eerste deel over gewoon asfalt en het laatste deeI is zand en losse stenen. We krijgen het voor elkaar om binnen een uur onze band lek te rijden. Zoals altijd komt alles goed, ook als we met een lekke band op een zandweggetje in de middle of nowhere staan. Een meisje langs de weg ziet onze panne en wijst naar een hutje verderop. “Waar de vlag hangt”, zegt ze.

We lopen naar het huisje toe en wat blijkt: we zijn aangekomen bij een restaurant, kapsalon én reparatiepunt in één! Een 20-jarige jongen bekijkt de band en trekt er na 5 minuten een volledig doorgescheurde binnenband uit. Die valt dus niet meer te plakken, dat snap je. Hij geeft aan dat we een nieuwe binnenband moeten aanleveren (Ehm…ja, waar halen we die dan?). Hij besluit dat ie tegen meerprijs, op de brommer van z’n zus, naar het dorp verderop zal rijden om een nieuwe binnenband te halen. Tim gaat bij de jongen achterop mee naar het dorp en Michel moet noodgedwongen een uurtje naar kuikens staren die vechten om een worm. Nadat alles achter de rug is en de band geplakt is wordt de nota opgemaakt: Brommerhuur, benzinekosten, montage en werkuren: een tientje! We vervolgen onze weg naar Nacpan Beach met een gloednieuwe achterband en een lach.

El-Nido-Nacpan-Pano

In tegenstelling tot het strand van onze eerste dagen zijn hier enorme golven in de zee. Dit brengt het kind in ons naar boven en laten ons keer op keer door de golven grijpen om vervolgens met de golf mee aan te spoelen als een verzopen kat. We verbranden deze dag beiden en zijn daardoor een aantal dagen uitgeschakeld in dit zonovergoten paradijs. We verplichten hiermee onszelf om binnen te blijven, zodat het snel kan genezen. Na een aantal dagen lanterfanten en talloze wc-bezoekjes vanwege een lichte voedselvergiftiging besluiten we dat we wel weer naar buiten kunnen. We boeken een snorkeltour naar de prachtigste plekken rond het eiland.

 

Bekijk vooral de foto’s! Ze spreken voor zich 🙂

We zijn strandmoe, snorkelmoe en El Nido moe. We besluiten de bus terug naar Puerto Princesa te pakken om vanaf daar per vliegtuig door te reizen. Onderweg in de bus boeken we op het stotterende mobiele internet een ticket naar Cebu en vervolgens naar Taipei, Taiwan! Op Cebu hebben we een overstap van 9 uur (we slaan een nacht over) en compleet gebroken en meer dan 36 uur wakker komen we aan in Taipei, waar we momenteel dan ook zijn. NI HAO! 🙂

Reacties:

Drie hoofdsteden op een rij

Drie hoofdsteden op een rij

Maleisië — Singapore — Indonesië

Jaaa daar zijn we weer! Enigszins stadsmoe, maar voldaan hebben we weer een aantal verhaaltjes op een rijtje gezet. Zoals gezegd drie hoofdsteden op een rij, maar we beginnen even waar we gebleven waren. Melaka, een dorp op 150 km onder Kuala Lumpur!

Melakka
In Malakka hebben we voornamelijk rustig aan gedaan, de plaats zelf heeft de hoofdprijs meest aantal musea per vierkante meter gewonnen — 37 (!!!) om precies te zijn, wat exorbitant is voor een plaats vergelijkbaar met Ede.
Geen van de 37 musea is voor ons interessant genoeg om te bezoeken dus gaan we de 4 dagen dat we hier zijn onze eigen weg op onze gehuurde (elektrische) beachcruisers.
Na 1 nacht in een massa-hotel te verblijven, verplaatsen we naar het leukste hostel tot nu toe. De eigenaar van dit hostel heeft op de binnenplaats achter zijn eetcafeetje een slaapkamer gebouwd met 5 bedden, en aangrenzend 2 douches. Alles is super schoon en heel leuk ingericht. Het kleinschalige en de eigenaar en zijn vrouw charmeren ons. En dit is achteraf gezien de reden waarom we 4 dagen in Melakka gebleven zijn.

We hadden eerst het idee om naar Singapore te gaan, om daar het Chinees Nieuwjaar te vieren. Echter duurde dat nog zo’n 10 dagen en dat is voor een (dure) stad als Singapore nogal lang. We besluiten eerst nog een tussenstop te maken in KL, oftewel Kuala Lumpur, waar we de vanaf Melakka per bus heen zijn gereden.

In KL heeft Michel een — zo blijkt — leuk hotel gevonden, midden in China Town.
De locatie is stategisch gezien een super plek door zijn centrale ligging en alle mogelijke transportmiddelen die hier binnen handbereik te vinden zijn.

Wat deden we eigenlijk allemaal in KL, een stad die we in 2015 ook al bezochten?

  • We hebben een poging gedaan om wat betaalbare kleding te kopen. Helaas zijn de opties vaak als volgt: óf een enorm duur Frans modemerk óf een leuk en goedkoop B-merk wat hele rare pasvormen heeft waardoor het nooit goed zit.
  • Ook hebben we drie volle middagen in een héle fijne koffietent gezeten met onze MacBooks. Ze hadden hier goeie koffie en — iets wat bijna uitzonderlijk is voor Azië — stabiel en redelijk snel internet. Ik Tim kwam weer tot rust na het veilig stellen van onze foto's in de Cloud, daar we hier zo'n 2 maanden op achterliepen.
  • We hebben de nationale moskee van Maleisië bezocht. Ze hebben hier erg beperkte bezoekuren voor toeristen, en waar we initieel een uur bezoektijd hadden liepen we pas na 3,5 uur de moskee uit. Nadat we 5 minuten binnen waren raakte we in gesprek met Al Pozer, een vrijwillige gids in de moskee. We hebben het over de verschillende geloven maar zeker ook de gelijkenissen van het geloof gehad. Ook kregen we een uitleg bij de rituelen van een gebed, en discussieerden we over de meest uiteenlopende zaken.
  • Op een middag zitten we bij een westers georiënteerd eetcafeetje te eten en na verloop van tijd komen er steeds meer mensen bij de tafel naast ons staan. Ze begroeten de tafel naast ons en vragen om met hun op de foto te gaan. Nieuwsgierig dat we zijn vragen we het na bij de assistent (of was het zijn bodyguard?) en die vertelt ons dat het de voormalige minister president (1981-2003) Mahathir Mohamad met zijn vrouw is. Dat verklaart een hoop.

 

  • Op de een na laatste dag in KL besluiten we met de trein naar Port Klang te reizen om aldaar de ferry te pakken naar Pulau Ketam. Dit Chinese vissersdorpje is compleet op palen gebouwd en heeft geen wegen of gemotoriseerd vervoer. Het hoofd vervoermiddel is de fiets — of een elektrische variant daarvan. Het vissersdorpje is gericht op de vangst van krab. Pulau Ketam betekend dan ook niets meer dan Krab eiland.We struinen wat door de straatjes, wagen ons leven op verrote steigers en eten een bordje rijst. De dag is prachtig en lichtelijk sunburned gaan we weer terug naar KL.

Singapore werd Kuala Lumpur maar Kuala Lumpur werd toch weer Singapore…
We pakken de bus naar Singapore en zoals bij elke grensovergang over land, ga je lopend de grens over om vervolgens achter de grens weer in de bus te stappen. Met een nieuwe verse stempel in ons paspoort rijden we Singapore binnen, opweg naar Little India, waar we ons hebben ingeschreven voor een hostel. Het contrast met Maleisië is groot, dat valt meteen op en alles wat we hebben gelezen wordt meteen bevestigd.
Singapore is HET land van de regeltjes en strenge wetten. De straten zijn brandschoon en elke straathoek gaat gepaard met verbodsborden. Dit resulteert wel dat we in het veiligste en schoonste land ter wereld zijn.

We komen tijdens ons bezoek aan deze stad meerdere (voor ons) iets extreme voorbeelden tegen.

  • Kauwgom is bij wet verboden; Boete: S$ 1000,- (€600,-)
  • Steek niet over anders dan bij stoplichten of zebrapad; Boete: S$ 500,- (€300,-)
  • Spuugen op straat zoals heel China doet? Boete: S$ 100,- (€60,-)
  • Slokje water in de metro nemen: Boete: S$ 500,- (€300,-)
  • Niet doorspoelen van een openbaar toilet Boete: S$ 500,- (€300,-)
  • Iets op de grond gooien: Boete: S$ 1000,- (€600,-)
  • Roken; niet in openbaren gebouwen, op straat alleen bij de aangewezen asbakken anders boete: S$ 500,- (€300,-)

Wat deden we eigenlijk allemaal in deze grote stad?

  • Op het eerste gezicht lijkt Singapore een shoppingmall stad en als het de eerste dag met bakken uit de lucht komt, moeten wij ons met tegenzin overgeven aan al die malls op Orchard Road. Het is allemaal ver boven ons budget (de Louis Vuittons en Gucci’s vliegen om je oren). We slenteren een middag met tegenzin door de marmeren shopping paleizen in de hoop weer de volgende dag iets beter is.
  • We hebben in Cambodja op het eiland Koh Rong een Brits stel ontmoet, en ze blijken op dat moment ook in Singapore te zijn dus we doen een ‘meet up’ en lopen samen door de Gardens by the Bay (een tuin om de natuur met de stad te laten samenkomen).
  • MacRitchie Park; We zijn stad-moe aan het raken en zoeken dan ook alternatief vertier. Met de Metro (zonder chauffeur) verplaatsen we ons iets up-north en hier in het park met water reservoirs liggen verschillende hike routes, met als klap op de vuurpijl een TreeTop Walk. Deze loopbrug is ter hoogte van de toppen van de bomen, hierdoor heb je zicht op totaal andere flora & fauna en de Macaque apen vliegen ons om de oren! De trip die we lopen is uiteindelijk zo’n 20km en was echt een prettige afwisseling op de stad!

  • Marina Bay Sands; Een landmark van de stad is een hotel wat bestaat uit 3 naast elkaar staande torens met een ‘boot’ op het dak wat de gebouwen met elkaar verbind. Deze boot biedt plaats voor meerdere bars, restaurants en een infinity pool. Dit is een zwembad van glas waarbij het net lijkt alsof je in het oneindige kan zwemmen.We besluiten hier een drankje te doen. Het uitzicht was geweldig, de borrel ook, alleen was het de prijs van ons complete dagbudget 🙂

Singapore Panorama View Marina Bay Sands
Singapore Panorama Fire Station

Chinees Nieuwjaar
We zijn naar Singapore gekomen om het Chinese Nieuwjaar te vieren, We hebben in Melakka 2 Duitse studenten ontmoet die een exchange semester in Singapore hebben en met hun hebben we afgesproken in China Town. We eten roasted duck in de menigte en proberen een gevoel te krijgen van wat de viering inhoudt voor de Chinezen. Om 00:00 zitten we klaar op de tribune voor het vuurwerk, maar zo strikt zijn ze dus niet. Het komt allemaal niet zo nauw. Rond 00:04 besluit men een aankondiging te doen en begint de vuurwerkshow. Geen countdown dus, niks van dat alles. Direct na het vuurwerk (4 minuten?) staat iedereen meteen op en gaat richting huis… we kijken elkaar wat beduusd aan en besluiten ook maar te gaan. GONG XI FA CAI (Happy Lunar New Year)!

Op de eerste dag van het Chinese Nieuwjaar vliegen we naar Jakarta. Ik hoor je denken: “Alweer een stad?!” Ja en niet een kleintje! 10 miljoen inwoners wonen in deze immense stad en het is hier doordeweeks een krioelend mierennest op de weg. Gelukkig komen we zaterdagavond aan dus onze eerste dag is op een wat rustigere zondag.
We zijn op onze eerste (echte) dag meteen met frisse moed op pad gegaan. Ons hotel ligt goed centraal en lopen dan ook naar de — wat wij dan nog denken — metro.

Aangekomen bij het station kopen we een kaartje aan de balie, waarna we even moeten rennen want er komt al toeterend een trein aangereden. De metro is hier dus een stoptrein, die door de stad en de buitenwijken rijdt. We doen een sprintje maar de deuren gaan net dicht. De conducteur lacht vriendelijk en de deuren gaan voor ons weer open. We stappen in, maar blijken in de vrouwencoupé te zijn ingestapt. We manoeuvreren ons naar voren naar het mannengedeelte.

Deze zit alleen zo tjokvol dat we ons maar op het wiebelende plateautje tussen de twee treinstellen installeren. Meteen hebben we contact met een local die ons hartelijk welkom heet en graag een praatje met ons maakt. Bij het station waar wij er uit moeten wenst hij ons nog enorm veel plezier in zijn prachtige land, en maakt hij excuses voor de slechte mensen die we misschien tegen kunnen komen.

De trein blijkt iets te lang te zijn en we moeten dat ook een flinke meter naar beneden springen uit de trein om weer terug op het perron te komen. Als de 2 treinen om ons heen weggereden zijn lopen we in een chaotische menigte (over het spoor) naar de andere perrons. Op 1 perron hebben ze trappetjes staan zodat je de trein in kan lopen die aan weerszijde zijn deuren heeft openstaan, voor het geval dat je niet met deze lijn mee moet, maar nog een perron moet opschuiven.

Al wachtende op onze volgende trein, komt er een mannetje naar ons aangelopen en is meteen geïnteresseerd waar we heengaan. We leggen hem uit dat we op de blauwe lijn wachten en uitstappen op het eindstation Jakarta Kota. Hoe behulpzaam iedereen hier is, legt hij het gewoon nog een keer uit dat we voor Jakarta Kota de blauwe lijn moeten hebben en tot het einde moeten blijven zitten. “Maar volg mij maar, ik moet ook die trein hebben” De man is heel erg geïnteresseerd in ons, waar we heen gaan en waar we vandaan komen. En vertelt ons waar we heen moeten volgens hem in Indonesië. Inmiddels zijn we aangekomen op Jakarta Kota en op het moment dat we uit de trein stappen worden we benaderd door 2 jonge dames, of ze ons mogen interviewen, want ze studeren Engels en ze moeten foreigners interviewen. We stemmen hiermee in, en ze vragen ons te volgen. We beginnen al lopenden een kleine verdenking van scam te hebben, en zijn iets op ons hoede. Het interview is hartstikke leuk, en tijdens dit gesprek worden we al meerdere malen onderbroken voor een foto van ons. Na het interview staan er hele hordes Indonesiers om ons heen om met ons op de foto te mogen of ook een interview te doen met ons…

We staan weer op een heleboel selfie’s en groepsfoto’s en banen ons een weg door alle aandacht, na beide nog zo’n 5 interviews gaan we toch echt opzoek naar eten.

We brengen die dag ook een bezoek aan de Batavia haven en kijken onze ogen uit naar de schepen die hier liggen. Het terrein is ook vergeven van studenten die fotoshoots met elkaar hebben en na een rondje over de werf zelf een heleboel foto’s te hebben gemaakt hebben we het wel gezien en sluiten de dag af.

Tijd om eens goed na te denken waar we allemaal heen willen in Indonesië!

Wij zien niet wie er allemaal meelezen én we vinden het super leuk als je reageert op onze blogs... scroll even verder door dan kan je daar je reactie achterlaten!

Duurt het je soms te lang voordat we onze belevenissen weer met je delen?
Op Instagram delen we vrijwel dagelijks foto's met daarbij een kort onderschrift. Hiermee heb jij alvast een kleine preview.

Michel
instagram.com/michelwalpot

Tim
instagram.com/timtjomme

Reacties:

NO BUS!

NO BUS!

China — Maleisië

Vanuit een warm en tropisch Maleisië nemen we jullie graag mee naar onze laatste ijskoude stop in China, alvorens we jullie lekker gaan maken met het huidige klimaat waar we ons momenteel in begeven.

Dertig december j.l. arriveerden we inclusief filtermondkapje in het smogovergoten Beijing. De toegestane luchtvervuiling was meer dan twintigmaal overstegen, als we de Wereldgezondheidsorganisatie moeten geloven. En dat deden we. Wolken maakten vrijwel doorgaans plaats voor een geelgrijze mist, die soms zo dik was dat we met open ogen naar de zon konden kijken die er maar nauwelijks doorheen kon komen.

Zoals eerder vermeld zijn we gewapend met onze filtermondkapjes de stad in gegaan. Je zou denken dat geheel Beijing dit logischerwijs doet, maar niets is minder waar. Het meerendeel van de stad loopt zonder enige bescherming over straat, alsof er niets aan de hand is. Iets wat we best vreemd vonden, maar vooral ook erg voor al het kleine kroost die er zelf nog geen keuze over kunnen maken. Genoeg over de smog!

Tian’anmen Square (Plein van de Hemelse Vrede)

Beijing is Beijing niet zonder het Tian’anmen plein, zo dachten we bij aankomst in de stad. Alsof het zien van dit plein je pas echt doet beseffen dat je daadwerkelijk in Beijing bent. Dus, óp naar deze reusachtige plek in de stad om even te acclimatiseren. Uiteraard waren we niet de enigen, dus na een half uur in de rij te hebben gestaan voor een beveiligingscontrole mochten we het plein oplopen.

In één woord omschreven: “Communistisch”. Niet alleen de omvang van het plein, maar voornamelijk de omvang van de enorme betonnen gebouwen waar een kille grootsheid vanuit gaat waar je toch lichtelijk van schrikt. Tientallen, misschien wel meer dan honderd, rode vlaggen prijken op de door pilaren ondersteunde daken die hier en daar voorzien zijn van enorme geelgekeurde symboliek. Als kers op de communistische taart hing daar het reusachtige portret van Mao boven de poort van de Verboden Stad, aan weerszijden voorzien van bewakers in lange groene jassen met zwarte bontkraag en bijpassend zwarte bontmuts. Het koude weer deed het plein eer aan. Zo ook de smog. Kil en mysterieus van sfeer. En toch, het was prachtig. We beseften niet alleen dat we in Beijing waren, maar vooral ook dat we in China waren.

Oud en nieuw

Kort maar krachtig. Oud en nieuw viert men hier niet. Klokslag twaalf uur zaten we op onze hotelkamer en liepen we stilletjes toch naar buiten in de hoop iets te merken van het nieuwe jaar. Maar nee, men liep nog net zo rustig over straat om even boodschappen te doen bij de 24-uurs supermarkt om de hoek. Chinees oud en nieuw wordt pas gevierd op 28 januari. Welterusten!

Verboden Stad

Gedrapeerd in smog lopen we onder het enorme portret van Mao door om de Verboden Stad binnen te komen. Ook daar lopen we wederom een enorm leeg plein op, omringd door grote gebouwen. Ditkeer zijn de gebouwen historisch en daarom niet zo communistisch groots, maar juist authentiek Chinees. Grauwe stenen en versierde opgekrulde dakranden in meerdere opgestapelde lagen. Typerend, zoals we in Pingyao ook al zagen.

Geinspireerd door Andy Warhols bezoek aan de Verboden Stad zoeken we naar een aantal plekken waarvan we wisten dat hij er toentertijd portretten van zichzelf heeft laten maken. Zomaar, omdat het kan en om enigszins wat herkenning te zoeken in een plek die ons compleet vreemd is. Na wat foto’s te hebben gemaakt op de pleinen stromen we door het enorme complex. Historisch groots, maar voor ons persoonlijk van weinig waarde, op een aantal mooie uitzichten na.

Summer Palace

De smog is gedaald tot een waarde van vijf keer de toegestane hoeveelheid. Dit lijkt nog steeds veel, wat het misschien ook is, maar wat ons betreft voelt de lucht vandaag schoon aan. De lucht is blauw en de zon schijnt fel. Iets wat we in dagen niet hebben gezien. We besluiten naar Summer Palace te gaan. Een park buiten de stad wat vroeger diende als vertrek voor toenmalige keizers. In het park staan dan ook de nodige paleizen en tempels, die bést de moeite waard lijken om te bezoeken, en dat blijkt ook zo! Het is erg koud, wat maakt dat het bijliggende uitgestrekte meer volledig bevroren is. De uitzichten zijn daarom prachtig, aangezien het een combinatie betreft van natuur en Chinese architectuur. Zie de foto’s voor een impressie!

Tijdens onze hike door het park komen we veel Chinese senioren (enkel mannen) tegen die hun vertier zoeken in het park. Zo lopen we een groep senioren tegemoet die bezig zijn met Chinese kalligrafie! Elke man heeft een handgemaakte penseel van zo’n meter lang, bestaande uit een puntige spons, een omgekeerde halve literfles gevuld met water (i.p.v. inkt) en een plastic bezemsteel met wat ducktape. Op deze manier kalligraferen ze al lopende met hun penseel de straatstenen vol. Een ambacht waar je geen genoeg van krijgt om naar te kijken. Wat helaas opvalt is dat het enkel nog oude mannen betreft die deze kunst lijken te beheersen.

Verderop lopen we over een boogbrug die in het centrum gevuld staat met vliegeraars — wederom enkel oude mannen. Waar we in Nederland het vliegeren veelal overlaten aan de kinderen, is het hier een serieuze bezigheid. Elke vlieger is anders. Van octopus tot straaljager hangt op grote hoogte in de blauwe lucht boven het bevroren meer. De mannen kijken doodserieus vanaf hun krukje omhoog, maar zijn stiekem als een kind zo blij. En wij ook.

Great Wall

Het gaat vandaag écht gebeuren. Wie denkt aan China, denkt aan de Chinese muur! Met een lengte van meer dan 10.000 kilometer zijn er een hoop plekken waar je de muur kunt bezoeken, waarvan de beste plekken te bereiken zijn vanuit Beijing. Om te zorgen dat we niet in het hypertoeristische Badaling gedeelte terechtkomen, lezen we ons wat in over alternatieven en hoe we deze op eigen houtje kunnen bereiken.

’s Ochtends rond half 6 gaat de wekker. De plek waar we de muur willen bezoeken ligt op zo’n 80 kilometer buiten de stad, maar is goed te bereiken per bus. We hebben op internet exact gelezen op welk busstation we welke bus moeten nemen en gaan met goede moed op pad. Op het busstation aangekomen zijn er echter een hoop busnummers te vinden, behalve ons busnummer. Oh oh. Daar gaan we weer. Een vrouw komt ons tegemoet die precies weet te vertellen wat we moeten doen. Helaas is dat geen goed teken, want haar enthousiasme is groter dan de onze. Dat betekend veelal dat er een commercieel addertje onder het gras zit waar we liever niet intrappen. We zijn op zoek naar de openbare bus en niet naar een halve touringcar scam. Echter wisten we totaal niet waar we dan wél heen moesten, want de buslijn die we zochten leek niet meer te bestaan.

Argwanend lopen we een stukje met de vrouw mee om te kijken waar ze ons heen wilt brengen. De bus ziet er goed uit. Er stappen veel locals in. Het is een bus van de lokale busmaatschappij. Misschien heeft ze toch écht goede bedoelingen. We stappen de bus in en betalen een normale prijs voor de busrit. Het voelt goed tot nu toe. Maar dan zien we buiten de bus een drietal Duitse jongens staan die duidelijk ook opweg zijn naar de Chinese Muur, echter stappen ze niet in onze bus.

We lopen snel de bus uit om contact te maken met de groep, die ons vertelt dat ze ook vrij argwanend zijn over de vrouw in kwestie. Aangezien de busprijs normaal is en er locals inzitten, besluiten we met z’n allen in te stappen en een stuk samen te reizen. De vrouwen zijn niet blij, waarom weten we niet. Er gaat in ieder geval iets niet zoals het hoort te gaan.

De busrit moet ongeveer anderhalf uur duren. Na drie kwartier stopt de bus bij een halte en komen er een aantal particuliere taxichauffeurs de bus ingestormd die ons maar al te graag naar de muur willen brengen. Ze beweren dat dit de enige weg is. We weigeren, want we horen pas uit te stappen bij de eindhalte. Na vier keer te herhalen dat we écht niet gaan uitstappen, lopen ze verslagen de bus uit. We komen erachter dat dit de halte is waar de vrouwen in Beijing ons wilden laten uitstappen. Waarschijnlijk speelden ze onder een hoedje. Oftewel, verwijzen naar de juiste bus, om ons vervolgens te vroeg te laten uitstappen zodat we de rest met een dure taxi moeten afleggen. We lezen later op internet van gedupeerden dat deze scam helaas actief is op de betreffende buslijn. Gelukkig, ook weer opgelost. Op naar de eindhalte!

Eenmaal aangekomen bij de eindhalte dienen we de laatste kilometers af te leggen met een Minivan. Het is inmiddels best gezellig geworden met de Duitsers, dus we besluiten om vandaag gezamenlijk te gaan hiken op de muur. Fijne bijkomstigheid is ook dat we hiermee de kosten voor de Minivan kunnen delen door vijf — goed voor ons budget!

Na wat onderhandelen met een particuliere chauffeur die al tien minuten lang ‘NO BUS’ naar ons roept om aan te geven dat we toch écht met zijn Minivan naar de Chinese Muur moeten, komen we tot een afgesproken prijs.

Na nog eens zo’n 30 kilometer af te leggen zien we de Chinese Muur in de bergen verschijnen. Onwerkelijk om te zien, zo uitgestrekt en hoog in de bergen. We komen bij de ingang en merken dat we, op een handjevol Russen na, de enigen zijn op dit gedeelte van de muur! Geen selfiestickparades of bussen vol met dagjesmensen, fantastisch! Na een kwartier lopen komen we aan bij de trap die ons op de muur brengt.

 

Daar staan we dan! Na een ontlopen scam en een schreeuwende Minivan chauffeur is er niets over dan rust en stilte op een muur die aan weerszijden verder rijkt dan de horizon. Het is er prachtig. Nadat we even genieten van het besef, besluiten we een aantal kilometer te gaan hiken. De uitzichten zijn fantastisch! Het idee dat dit complex meer dan 10.000 km lang over de hoge bergkammen kronkelt is moeilijk te beseffen. Mede daardoor is het een hele mooie ervaring, die we iedereen kunnen aanraden. Nadat we teruggekomen zijn in Beijing, besluiten we de dag in stijl af te sluiten met Peking eend — de kers op de taart!

Temple of Heaven

Onze reis door China zit er bijna op. Voordat we gaan willen we graag nog de Temple of Heaven bezoeken. Niet zozeer vanwege de tempel, maar vanwege het park waar het in gelegen is. In de vroege ochtend schijnt het park namelijk een plek te zijn waar locals hun dag graag beginnen, ieder op zijn eigen manier.

We lopen het park binnen, wat vol staat met dennenbomen die vanwege de vroegte nog gehuld zijn in ochtenddauw. In de verte, tussen de bomen, horen we gezang! We besluiten ernaar toe te lopen. We lopen het ‘bos’ in en zien de ene bezigheid na de andere. Een Chinese man beoefend Tai Chi op de muziek die uit zijn meegebrachte radiootje komt. Verderop staat een man karate oefeningen te doen. Het gezang komt inmiddels dichterbij. In de verte zien we het al. Eenmaal aangekomen treffen we een religieuze samenkomst van zo’n twintig mensen. De groep is opgesplitst in tweeën. De ene groep loopt in een lange rij al zingend achter elkaar aan. Ze lopen in een kring. De persoon vooraan in de rij tikt meditatief op een koperen bel. Temidden van de kring zit de tweede groep. Ze zingen mee, maar knielen ook in de richting van een ingelijst portet wat ze notabene bevestigd hebben op een boodschappentrolley! Het portret komt ons niet bekend voor. Een religie die we nog niet eerder hebben gezien, zover we weten. Indrukwekkend om te zien, vooral de eenvoud die ervan uitging. We lopen verder naar de Temple of Heaven, waar we uiteindelijk voor gekomen waren. De weg ernaartoe was echter vele malen interessanter.

Onze reis door China zit er nu echt op. We begeven ons naar het vliegveld, waar we om half 3 ’s nachts van Beijing naar Penang zullen vliegen met een tussenstop van zo’n 6,5 uur in Kuala Lumpur. Terwijl we in de wachtruimte zitten tot onze incheckbalie opengaat, sluiten we onze trip lachwekkend af op het moment dat een groep Chinezen naast ons op de grond begint te picknicken. Ze hebben wederom tassen vol met warm eten meegenomen. Hoe kan het ook anders!

Penang, Maleisië

Twee jaar geleden waren we hier ook al, dus de weg is ons inmiddels bekend. Weliswaar hadden we toen een vakantie van ‘slechts’ drie weken, waardoor we veel activiteiten moesten overslaan. We vonden Penang toentertijd een erg leuke plek, dus tijd om herinneringen op te halen en hier en daar de bezienswaardigheden te bezoeken die we toen hebben gemist.

De eerste dagen dat we in Maleisië zijn genieten we vooral van het feit dat we niet meer in China zijn! Geen vrieskou, geen taalbarriere of vertaal apps en geen gecensureerd internet meer. Heerlijk! Des te meer genieten we nu van zonovergoten dagen met standaard 30 graden, een gezellig praatje hier en daar en internet wat gewoon fatsoenlijk werkt.

Eén van de activiteiten die we hier hebben gedaan, bespreken we graag! Al het overige laten we graag over aan de foto’s! 🙂

Taman Negara Pulau Pinang

Maleisië is een land vol prachtige jungles! Je merkt sowieso aan Maleisië dat het een enorm groen en vruchtbaar land is. Logisch, met zo’n uitgesproken tropisch klimaat. We besluiten om vandaag een van de vele jungles te bezoeken die Maleisië rijk is. De jungle is gelegen in de linkerbovenhoek van het eiland Penang en is daarom goed te bereiken per openbaar vervoer.

Eenmaal aangekomen bij de ingang van het National Park, want dat is het, moeten we voor de veiligheid onze gegevens achterlaten. Je checkt hiermee als het ware in, zodat je ook kunt uitchecken wanneer je de jungle verlaat.

We lopen het park in en nog geen 200 meter later komen we een enorme leguaan tegen die naast ons in de zee zwemt om een stuk drijvend eten op te pikken. Verderop zwemmen er nog twee en wanneer we verder lopen worden we verwelkomd door een Macaque aap die boven ons loopt. Naarmate we verder lopen wordt de begroeiing wilder en de paden nauwer. We beginnen aan een hike van zo’n 14 kilometer.

Onderweg zien we tientallen grote vlinders, veelal zwart en schitterend blauw van kleur. De bomen en planten die we tegenkomen herkennen we alleen in miniatuurvorm van kamerplanten die je kunt kopen bij de bloemist. Vooral het geluid was ook bijzonder. Tijdens de gehele tocht hoor je stromende beekjes en fluitende vogels, maar voornamelijk lawaaierige krekels met hun herkenbare snerpende geluid. Doordat alles begroeid is en zo groots, hoor je alle geluiden op een hele ruimtelijke en echoënde manier, wat heel mooi klinkt! Onderweg lunchen we op een verlaten strand en keren daarna terug de jungle in om omweg te gaan naar de uitgang, nu al wetende dat dit zeker niet de laatste jungle is die we willen bezoeken.

Na een week in Penang te zijn verbleven hebben we de bus genomen naar het rustige Melaka in het zuiden van Maleisië. We slaan hiermee een groot deel van West Maleisië over, omdat we dit in 2015 al bezochten en we momenteel meer uitkijken naar Maleisisch Borneo. Helaas zijn we erachter gekomen dat het regenseizoen op Borneo momenteel op zijn hoogtepunt is. We zullen onze reis door Maleisië daarom voor nu even moeten uitstellen, maar komen hier op een later moment heel erg graag terug! Op naar Singapore dan maar?

Wij zien niet wie er allemaal meelezen én we vinden het super leuk als je reageert op onze blogs... scroll even verder door dan kan je daar je reactie achterlaten!

Duurt het je soms te lang voordat we onze belevenissen weer met je delen?
Op Instagram delen we vrijwel dagelijks foto's met daarbij een kort onderschrift. Hiermee heb jij alvast een kleine preview.

Michel
instagram.com/michelwalpot

Tim
instagram.com/timtjomme

Reacties:

3 maanden, 30.000 km

Naar Hélán via Taiwan & Japan!

Taiwan — Japan

Meer dan anderhalf jaar na onze terugkomst in Nederland besluiten we dan toch het laatste stukje van onze trip toch nog maar eens te delen. We hebben de blogs nog even terug gelezen en we zijn bij de aankomst in Taipei gestopt dus laten we daar dan ook starten.

Na een laaaaange reis komen we op 6 mei 2017 aan in Taipei… We hebben tijdens onze layover al een hostel geboekt — wat redelijk uitzonderlijk voor ons is. Het Heybear Capsule hostel is het eerste Capsule hotel waar we mee in aanraking komen. Het principe is heel eenvoudig; in plaats van een kamer met verschillende losse bedden, is het een kamer vol met losse — afsluitbare — huisjes. Zo heb je de voordelen van een hostel en heel veel minder de nadelen. Alle privacy is er gewoon, ze zijn geluiddicht(er) en je hebt je eigen stopcontact en soms je eigen tv. We konden wel wat slaap gebruiken en zijn die avond dan ook goed op tijd in onze eigen (tijds)capsule gestapt.

Ken je dat, dat je in je accommodatie (hostel in ons geval) aankomt en je meteen zoiets hebt van: “JA! Dit is tof, hier gaan we een goed verblijf hebben!” Nou, dat gevoel was bij ons meteen aanwezig en de medewerkers en de kamers waren echt super! We besluiten om gelijk de volgende dag de bergen in te gaan en staan op tijd op om zoals afgesproken met het hostel 6:30 uur klaar te staan om opgehaald te worden met de bus.

Om 5:45 gaat de wekker. We kleden ons aan en we hebben onze armen nog niet door de mouw geschoven of er wordt om 6:00 op de deur geklopt. Met een groot vraagteken openen we de deur. Een lieve Chinese dame bazelt iets in het Chinees en de frons op ons voorhoofd doet haar besluiten om GO GO GO naar ons te gebaren en met het mooiste Chinese accent ook te zeggen. We kijken elkaar aan en we besluiten iets te versnellen, maar ons zeker niet te haasten. Half 7 is half 7. De Aziaat (we hebben dit in andere landen inmiddels ook meegemaakt) is redelijk onberekenbaar qua tijd en afspraken. Óf je staat 2 uur lang op de nachtbus te wachten zoals in Vietnam, óf er wordt een half uur van tevoren aangeklopt met de vraag waar je blijft. Het is altijd weer een verrassing.

Om de vrouw toch een beetje tegemoet te komen, staan we om 6:15 bij de receptie waar dezelfde dame staat. Ze geeft ons 2 duimen in de lucht. Ze zegt nog wat in het Chinees tegen de nachtportier en ze gebaart ons te volgen. We lopen door de prachtige donkere straatjes van Tunxi, waar om de hoek de bus voor ons klaar staat. We nemen als eersten plaats in de koude bus. We kijken elkaar aan en hebben een flashback naar Guilin, hopende dat we dit keer toch echt alléén transport naar de kabelbaan hebben geboekt en niet een volledige tour! De bus vult zich met een tiental Chinezen en we gaan op pad. De dame die ons in alle haast opgehaald heeft gaat niet mee en dat daarmee best een opluchting — geen tour gelukkig!

Met de slaap nog half in onze ogen komen we na 1,5 uur aan bij het benedenstation van de Yellow Mountains. We stappen uit de bus en vanaf dat moment is alles onduidelijk. Uiteraard is alles weer enkel in het Chinees omschreven. Geen enkele Engelse uitleg en niemand die Engels spreekt. Met de vertaal-apps komen we ook niet veel verder en besluiten ons maar als kuddedier te gedragen en met de rest mee te lopen. Bij een willekeurige balie kopen we een ticket van 38,- (€5,50). Waar het ons naartoe brengt weten we alleen niet… heerlijk die onduidelijkheid!

Dit ticket blijkt echter voor de tweede bus die ons naar het middenstation brengt. Hier aangekomen komen we er achter dat je hier je entreetickets koopt voor zowel de Yellow Mountains als de kabelbaan naar boven.

We genieten al sinds het begin van onze reis van het feit dat het hier laagseizoen is. We hebben eigenlijk nergens wachtrijen gehad, of dat het ergens zó druk is dat je je weg naar voren moet werken om ook maar íets te kunnen zien.

Ook bij de Yellow Mountain’s lopen we langs meters lange dranghekken die als zigzaggende slangen (weet je nog; vroeger; Snake op de Nokia) zijn neergezet vanwege crowd-control. We lopen ze allemaal voorbij en staan zo vooraan om een kaartje te kopen. Ook bij de kabelbaan lopen we zo door en nemen de kabelbaan naar boven.

Zodra we wat beginnen te stijgen daalt onze onderkaak steeds verder naar beneden en aanschouwen we het eerste adembenemende vergezicht. We stijgen dóór de wolken en komen uiteindelijk dan ook boven de wolken uit, wat echt zó prachtig is om te zien; de toppen van de bergen die in de verte als maar meer lichter grijs worden en uiteindelijk samenvloeien met de bewolking die ertussen hangt. Het is inmiddels 8:30 en rond het vriespunt, we stappen al grijnzend de kabelbaan uit en weten beiden dat dit een prachtige dag gaat worden.

Grofweg gezegd lopen er 3 hike routes door de bergen en we beginnen met goede moed aan de eerste route die bij de kabelbaan begint. Het is zo mooi dat we na een aantal minuten al concluderen dat dit niet zo’n bestemming is waar de plaatjes op internet altijd zoveel mooier zijn dan de werkelijkheid, maar dat het ECHT zo prachtig is!

Huang-Shan-Panorama-01

Huang-Shan-Panorama-02

We schieten de ene foto na de andere, maar concluderen al gauw dat elke foto niet de werkelijke prachtige waarheid weerspiegeld. We krijgen geen genoeg van al dit moois en na zo’n 15 km klimmen en afdalen in de bergen besluiten we dat het na 8 uur hiken mooi is geweest. We zijn zo gaar als kip. Al zoekende naar de kabelbaan naar beneden, komen we een gids tegen die gelukkig Engels spreekt en die adviseert ons haast te maken daar het inmiddels al 16:30 uur is en de kabelbaan om 17:00 uur sluit! We zetten het op het rennen en na een heee-heeee-heeeeeleboel trappen en klimmen en rennen komen we bekaf om 16:52 uur aan bij de kabelbaan naar beneden. Deze blijkt dan al gesloten, dit terwijl de gondels nog wel af- en aankomen! Er staat een politieagent/parkwachter die geen Engels kan en wij gebaren dat we toch echt mee moeten! We krijgen een berg Chinees naar ons hoofd en zijn niet veel wijzer. We worden wat wanhopig, maar gelukkig komen er nog 4 mensen aangerend (het moest gewoon zo zijn), en 1 hiervan kan een beetje Engels. Na deze als tolk te hebben gebruikt komen we er achter dat deze meneer niets voor ons kan betekenen en wij ten prooi gevallen zijn aan pure bureaucratie.

Het enige wat er voor ons op zit is naar beneden te hiken. Het is inmiddels 17:00 uur geweest en de zon gaat al onder wat niet handig voor onze trip naar beneden is, maar wel weer prachtige beelden geeft.

Met zijn zessen (onze vier nieuwe vrienden en wij twee) beginnen we aan een tocht naar beneden die nog eens ruim 5 km is. In het pikkedonker (lang leve de telefoons met een flitser als lampje ÉN de powerbanks) lopen we met zijn zessen in meer dan 2,5 uur naar het middenstation. Hoe uitgeput we ook waren en hoe pijn alles in onze benen maar vooral knieën ook deed, beiden lopen we met een grijns naar beneden en zijn we zo dankbaar dat deze 4 op ons pad kwamen. Let wel… alles staat nog steeds in alleen het Chinees hier aangegeven, dus ook de bewegwijzering voor het pad naar beneden. Zelfs onze 4 metgezellen snapten soms de borden niet en met hun lopen we een aantal keren verkeerd (kan je nagaan als we het zelf zouden moeten vinden).

Na de barre tocht naar beneden komen we aan bij een (ander) middelstation dan waar we opgestapt zijn. Het is inmiddels tussen 19:00 en 20:00 dus de bussen naar het dalstation zijn er allang niet meer! Bij de pick-up plaats waar we dit concluderen staan nog 2 locals en zoals we het begrijpen hebben zij een bus weten te regelen door iemand te bellen. Deze komt binnen 40 minuten. Al wachtende in de kou breidt de groep uit met nóg 6 laatkomers. Ook proberen we met de “originele” 4 te communiceren over ‘hoe nu verder’ als we beneden zijn én of ze een taxi kunnen regelen. We denken dat we elkaar begrijpen en lachen naar elkaar. Samen zeggen we tegen elkaar dat ook dit goed komt en zien in de verte de bus aankomen.

De rit met deze bus duurt ruim 3 kwartier en met stijve spieren en zere benen stappen we de bus uit op het dalstation. Onze 4 helden moeten ook naar Tunxi, alleen kunnen er maar 4 in een taxi en maken zij gebruik van een soort Chinese variant op Uber (online taxi bestellen met creditcard). Dit blijkt voor hun moeilijker dan gedacht en er wordt met de 2 locals die we bij het middenstation tegenkwamen gekeken wat onze opties zijn. We horen prijzen voor een taxi voorbij komen, variërend van 160,- tot 220 (grofweg €22,- tot €28,-). Inmiddels vinden we bijna alles al goed en stemmen in. Iedereen belt wat rond en kijkt in zijn taxi-app, maar dit lijkt niet echt succesvol. We komen er achter dat de 2 die sinds het middenstation bij ons clubje “we-zijn-te-laat-en-moesten-de-berg-af-lopen” zijn gevoegd locals zijn en dus hier in de buurt wonen. Ze geven aan dat ze misschien wel iemand kennen die ons wilt terugrijden. Een soort particuliere taxi dus.

Uiteindelijk weten ze iemand te regelen met een 7-persoons auto die ons terug in Tunxi wil afzetten voor slechts 40,- per persoon! De afstand is vergelijkbaar met een retourtje Ede – Rotterdam. Wij vinden het uiteraard fantastisch en rond 22:30 uur, 14 uur later dan ons vertrek, zijn we weer bij ons hostel in Tunxi. We eten wat en na een hete douche duiken we meteen het bed in… Wat sliepen wij lekker!

We hebben zeker nog 4 dagen flink last van onze spieren en knieën maar dat beperkte ons niet in ons reizen. De volgende dag zijn we dan ook vanaf Tunxi met het vliegtuig naar Xi’an gevlogen. Het standaard riedeltje ‘security – inchecken – douane’ was de snelste ooit. In welteverstaan 3,5 minuten zaten we (uiteraard) veeeeeeelste vroeg bij onze gate te wachten tot we mochten boarden.

Xi’an

Onze vlucht naar Xi’an was op kerstavond en onze eerste dag in Xi’an was dus eerste kerstdag. De Chinese cultuur doet niets aan Kerst en we hebben dus ook niet echt het kerstgevoel gehad. Het was inmiddels wel enorm koud geworden en om nog bij te komen van ons avontuur besloten we het rustig aan te doen en hebben we ons van koffietentje naar koffietentje verplaatst om een beetje internet te zoeken. Na te moeten concluderen dat dat niets uithaalt, hebben we op onze hotelkamer onder 3 dekens kerstfilms in bed gekeken.

Xi’an bezoek je voor het Terracottaleger. Dit ‘leger’ is in 1974 ontdekt door een boer bij het slaan van een put en is in de jaren daarna blootgelegd door overheid-aangewezen archeologen. Sinds 1979 is het te bezichtigen voor het publiek.

We hebben er veel over gehoord en gelezen en concluderen dat we écht geen 800-dagenpas nodig hebben, maar dat we het in een middag ook wel kunnen bezoeken. Ook hebben we onze verwachtingen naar beneden bijgesteld, zodat we niet teleurgesteld terug kwamen. Na weer wat scams te hebben ontweken, stapte we in de juiste bus (de scams zijn ook bussen die je uiteindelijk wel naar de afgraving rijden maar én meer kosten én eerst langs wat juweliers rijden voordat je bij het leger wordt afgezet. We hebben de afgravingen in de omgekeerde volgorde bekeken en dit was een goed idee. Hal 1 is de tophal. Hal 2 en 3 zijn daarentegen leuk voor ‘erbij’. Dus wij hebben 3-2-1 gedaan. Het is op zijn zachts gezegd zeker indrukwekkend. En wat mij (Tim) voornamelijk verbaasde is dat geen enkel beeld in zijn geheel is opgegraven, maar dat elk beeld uit scherven volledig opnieuw in elkaar is gezet (men is hier tot op de dag van vandaag nog steeds mee bezig, wat ook zichtbaar is tijdens het bezoek).

Pingyao

Zoals we ons bericht al begonnen, zijn we zojuist vertrokken uit Pingyao. Pingyao bezoek je om zijn Chinese authenticiteit. Het is een bijzonder goed bewaarde stad van zo’n 40.000 inwoners binnen de compleet intacte stadsmuur, allemaal daterende uit de Ming Dynastie. Het overgrote deel van de stad binnen de muur is autovrij en dit is heerlijk om doorheen te slenteren en om van alles wat om je heen gebeurt te genieten. De straten zijn hier voorzien van lampionnen, de authentieke manier van straatverlichting. Lantaarnpalen vind je hier dan ook niet. Alles is voor het overgrote deel van hout gemaakt en voor isolatie gebruiken ze nog zelfs nog mest en stro.

Het grappige van Pingyao is dat Tunxi totaal in het niets valt hierbij, maar dat wisten we toen nog niet! We genieten straat na straat van de traditionele ‘het-is-hier-net-een-filmset-vol-met-huisjes’ zoals je oud China voor je ziet. Ook raken we verzeild in een verlaten festivalterrein. Het staat vol met leegstaande fabrieken, die dienden als tentoonstellingsruimtes voor het jaarlijkse Pingyao International Photography Festival. Wat we hier tegenkomen is een onwerkelijk geheel en het lijkt wel een beetje een spookfestival geworden. Alle gebouwen waar de exposities (in september elk jaar) gehouden worden zijn nog volledig ingericht! Alle geëxposeerde foto’s liggen weliswaar aan stukken gesneden op de grond of hangen zelfs nog aan de muur. We lopen door de vele gebouwen en kijken onze ogen uit. Foto’s van een zwemmende Mao tot aan een serie dat (voor Chinese begrippen) controversieel ingaat op homoseksualiteit. Een behoorlijk contrast welteverstaan. We hebben wat nagevraagd bij locals, maar er wordt ons niet veel duidelijk.

Vanmiddag zijn we op de trein gestapt naar Beijing en helaas is er zulke luchtverontreiniging/smog dat het momenteel de hoogst schadelijke categorie is. We zijn vanuit de trein meteen de metro ingestapt en direct naar onze hotel kamer gegaan, uiteraard met mondkapjes op. We hopen op regen!

Hieronder een selectie van de meest vreemde vertalingen, vertaalfoutjes en vreemde naamkeuzes die we tijdens onze reis tot nu toe tegen kwamen, met name in China:

  • Naam van een eettentje: Chewing good
  • Gerechten op de menukaart:
    Sun died tomato’s
    French Fried
    Noodles Brakefast
  • Onderaan een menukaart: Enjoy your male
  • Aids for visually impaired persons op de knop voor stoplichten om over te steken
  • Watch out for pinching (ze bedoelen te zeggen: “Pas op dat je hand niet tussen de deur komt.”)
  • Caution we floor
  • By way insure you safe (typisch gevalletje door een een vertaalmachine halen en niet controleren)
  • Children need trout-up to ward (zelfde als hierboven)
  • Good-fellowship clue on (ik krijg er een Lord of the Rings gevoel bij)
  • Thrid Floor (Third! Jammer joh)
  • Civilised travel starts  from me (geen idee wat hier geprobeerd wordt te zeggen)
  • Dear guest: The construction of roads, to bring you travel inconvenience, forgive please!
  • Drepn the woeld (we hebben geen idee wat hier hoorde te staan maar het stond mega groot op iemand zijn jas)
  • Keep public health … tja wat bedoelen ze?
  • Handle or strap broken or Tom off. Oh Oh, die Tom!
  • Welcome to take our flight vonden we op de verpakking van een tandenstoker in het vliegtuig. Ja, echt, een tandenstoker.
  • Roayl Best, zal vast Royal Best moeten zijn.
  • Carefully slide (dit was in de douche en ze bedoelden: “Pas op dat je niet uitglijdt.”)
  • Bij een hotel: Today has the room … we gaan er gemakshalve maar vanuit dat ze vandaag nog een kamer of wat vrij hadden.
  • In een restaurant op de kaart hadden de engelse vertaling in elk gerecht surface staan… wat blijkt dit moest noodle zijn…..w

P.S.

Ze kennen hier ook geen oud en nieuw… dus we vragen jullie al jullie foto’s van jullie vuurwerk te mailen naar vuurwerk [ a t ] timvanheukelom.nl (Ja! Dit emailadres bestaat vanaf nu echt).

Reacties:

Op zoek naar China!

Naar Hélán via Taiwan & Japan!

Taiwan — Japan

Meer dan anderhalf jaar na onze terugkomst in Nederland besluiten we dan toch het laatste stukje van onze trip toch nog maar eens te delen. We hebben de blogs nog even terug gelezen en we zijn bij de aankomst in Taipei gestopt dus laten we daar dan ook starten.

Na een laaaaange reis komen we op 6 mei 2017 aan in Taipei… We hebben tijdens onze layover al een hostel geboekt — wat redelijk uitzonderlijk voor ons is. Het Heybear Capsule hostel is het eerste Capsule hotel waar we mee in aanraking komen. Het principe is heel eenvoudig; in plaats van een kamer met verschillende losse bedden, is het een kamer vol met losse — afsluitbare — huisjes. Zo heb je de voordelen van een hostel en heel veel minder de nadelen. Alle privacy is er gewoon, ze zijn geluiddicht(er) en je hebt je eigen stopcontact en soms je eigen tv. We konden wel wat slaap gebruiken en zijn die avond dan ook goed op tijd in onze eigen (tijds)capsule gestapt.

Ken je dat, dat je in je accommodatie (hostel in ons geval) aankomt en je meteen zoiets hebt van: “JA! Dit is tof, hier gaan we een goed verblijf hebben!” Nou, dat gevoel was bij ons meteen aanwezig en de medewerkers en de kamers waren echt super! We besluiten om gelijk de volgende dag de bergen in te gaan en staan op tijd op om zoals afgesproken met het hostel 6:30 uur klaar te staan om opgehaald te worden met de bus.

Om 5:45 gaat de wekker. We kleden ons aan en we hebben onze armen nog niet door de mouw geschoven of er wordt om 6:00 op de deur geklopt. Met een groot vraagteken openen we de deur. Een lieve Chinese dame bazelt iets in het Chinees en de frons op ons voorhoofd doet haar besluiten om GO GO GO naar ons te gebaren en met het mooiste Chinese accent ook te zeggen. We kijken elkaar aan en we besluiten iets te versnellen, maar ons zeker niet te haasten. Half 7 is half 7. De Aziaat (we hebben dit in andere landen inmiddels ook meegemaakt) is redelijk onberekenbaar qua tijd en afspraken. Óf je staat 2 uur lang op de nachtbus te wachten zoals in Vietnam, óf er wordt een half uur van tevoren aangeklopt met de vraag waar je blijft. Het is altijd weer een verrassing.

Om de vrouw toch een beetje tegemoet te komen, staan we om 6:15 bij de receptie waar dezelfde dame staat. Ze geeft ons 2 duimen in de lucht. Ze zegt nog wat in het Chinees tegen de nachtportier en ze gebaart ons te volgen. We lopen door de prachtige donkere straatjes van Tunxi, waar om de hoek de bus voor ons klaar staat. We nemen als eersten plaats in de koude bus. We kijken elkaar aan en hebben een flashback naar Guilin, hopende dat we dit keer toch echt alléén transport naar de kabelbaan hebben geboekt en niet een volledige tour! De bus vult zich met een tiental Chinezen en we gaan op pad. De dame die ons in alle haast opgehaald heeft gaat niet mee en dat daarmee best een opluchting — geen tour gelukkig!

Met de slaap nog half in onze ogen komen we na 1,5 uur aan bij het benedenstation van de Yellow Mountains. We stappen uit de bus en vanaf dat moment is alles onduidelijk. Uiteraard is alles weer enkel in het Chinees omschreven. Geen enkele Engelse uitleg en niemand die Engels spreekt. Met de vertaal-apps komen we ook niet veel verder en besluiten ons maar als kuddedier te gedragen en met de rest mee te lopen. Bij een willekeurige balie kopen we een ticket van 38,- (€5,50). Waar het ons naartoe brengt weten we alleen niet… heerlijk die onduidelijkheid!

Dit ticket blijkt echter voor de tweede bus die ons naar het middenstation brengt. Hier aangekomen komen we er achter dat je hier je entreetickets koopt voor zowel de Yellow Mountains als de kabelbaan naar boven.

We genieten al sinds het begin van onze reis van het feit dat het hier laagseizoen is. We hebben eigenlijk nergens wachtrijen gehad, of dat het ergens zó druk is dat je je weg naar voren moet werken om ook maar íets te kunnen zien.

Ook bij de Yellow Mountain’s lopen we langs meters lange dranghekken die als zigzaggende slangen (weet je nog; vroeger; Snake op de Nokia) zijn neergezet vanwege crowd-control. We lopen ze allemaal voorbij en staan zo vooraan om een kaartje te kopen. Ook bij de kabelbaan lopen we zo door en nemen de kabelbaan naar boven.

Zodra we wat beginnen te stijgen daalt onze onderkaak steeds verder naar beneden en aanschouwen we het eerste adembenemende vergezicht. We stijgen dóór de wolken en komen uiteindelijk dan ook boven de wolken uit, wat echt zó prachtig is om te zien; de toppen van de bergen die in de verte als maar meer lichter grijs worden en uiteindelijk samenvloeien met de bewolking die ertussen hangt. Het is inmiddels 8:30 en rond het vriespunt, we stappen al grijnzend de kabelbaan uit en weten beiden dat dit een prachtige dag gaat worden.

Grofweg gezegd lopen er 3 hike routes door de bergen en we beginnen met goede moed aan de eerste route die bij de kabelbaan begint. Het is zo mooi dat we na een aantal minuten al concluderen dat dit niet zo’n bestemming is waar de plaatjes op internet altijd zoveel mooier zijn dan de werkelijkheid, maar dat het ECHT zo prachtig is!

We schieten de ene foto na de andere, maar concluderen al gauw dat elke foto niet de werkelijke prachtige waarheid weerspiegeld. We krijgen geen genoeg van al dit moois en na zo’n 15 km klimmen en afdalen in de bergen besluiten we dat het na 8 uur hiken mooi is geweest. We zijn zo gaar als kip. Al zoekende naar de kabelbaan naar beneden, komen we een gids tegen die gelukkig Engels spreekt en die adviseert ons haast te maken daar het inmiddels al 16:30 uur is en de kabelbaan om 17:00 uur sluit! We zetten het op het rennen en na een heee-heeee-heeeeeleboel trappen en klimmen en rennen komen we bekaf om 16:52 uur aan bij de kabelbaan naar beneden. Deze blijkt dan al gesloten, dit terwijl de gondels nog wel af- en aankomen! Er staat een politieagent/parkwachter die geen Engels kan en wij gebaren dat we toch echt mee moeten! We krijgen een berg Chinees naar ons hoofd en zijn niet veel wijzer. We worden wat wanhopig, maar gelukkig komen er nog 4 mensen aangerend (het moest gewoon zo zijn), en 1 hiervan kan een beetje Engels. Na deze als tolk te hebben gebruikt komen we er achter dat deze meneer niets voor ons kan betekenen en wij ten prooi gevallen zijn aan pure bureaucratie.

Het enige wat er voor ons op zit is naar beneden te hiken. Het is inmiddels 17:00 uur geweest en de zon gaat al onder wat niet handig voor onze trip naar beneden is, maar wel weer prachtige beelden geeft.

Met zijn zessen (onze vier nieuwe vrienden en wij twee) beginnen we aan een tocht naar beneden die nog eens ruim 5 km is. In het pikkedonker (lang leve de telefoons met een flitser als lampje ÉN de powerbanks) lopen we met zijn zessen in meer dan 2,5 uur naar het middenstation. Hoe uitgeput we ook waren en hoe pijn alles in onze benen maar vooral knieën ook deed, beiden lopen we met een grijns naar beneden en zijn we zo dankbaar dat deze 4 op ons pad kwamen. Let wel… alles staat nog steeds in alleen het Chinees hier aangegeven, dus ook de bewegwijzering voor het pad naar beneden. Zelfs onze 4 metgezellen snapten soms de borden niet en met hun lopen we een aantal keren verkeerd (kan je nagaan als we het zelf zouden moeten vinden).

Na de barre tocht naar beneden komen we aan bij een (ander) middelstation dan waar we opgestapt zijn. Het is inmiddels tussen 19:00 en 20:00 dus de bussen naar het dalstation zijn er allang niet meer! Bij de pick-up plaats waar we dit concluderen staan nog 2 locals en zoals we het begrijpen hebben zij een bus weten te regelen door iemand te bellen. Deze komt binnen 40 minuten. Al wachtende in de kou breidt de groep uit met nóg 6 laatkomers. Ook proberen we met de “originele” 4 te communiceren over ‘hoe nu verder’ als we beneden zijn én of ze een taxi kunnen regelen. We denken dat we elkaar begrijpen en lachen naar elkaar. Samen zeggen we tegen elkaar dat ook dit goed komt en zien in de verte de bus aankomen.

De rit met deze bus duurt ruim 3 kwartier en met stijve spieren en zere benen stappen we de bus uit op het dalstation. Onze 4 helden moeten ook naar Tunxi, alleen kunnen er maar 4 in een taxi en maken zij gebruik van een soort Chinese variant op Uber (online taxi bestellen met creditcard). Dit blijkt voor hun moeilijker dan gedacht en er wordt met de 2 locals die we bij het middenstation tegenkwamen gekeken wat onze opties zijn. We horen prijzen voor een taxi voorbij komen, variërend van 160,- tot 220 (grofweg €22,- tot €28,-). Inmiddels vinden we bijna alles al goed en stemmen in. Iedereen belt wat rond en kijkt in zijn taxi-app, maar dit lijkt niet echt succesvol. We komen er achter dat de 2 die sinds het middenstation bij ons clubje “we-zijn-te-laat-en-moesten-de-berg-af-lopen” zijn gevoegd locals zijn en dus hier in de buurt wonen. Ze geven aan dat ze misschien wel iemand kennen die ons wilt terugrijden. Een soort particuliere taxi dus.

Uiteindelijk weten ze iemand te regelen met een 7-persoons auto die ons terug in Tunxi wil afzetten voor slechts 40,- per persoon! De afstand is vergelijkbaar met een retourtje Ede – Rotterdam. Wij vinden het uiteraard fantastisch en rond 22:30 uur, 14 uur later dan ons vertrek, zijn we weer bij ons hostel in Tunxi. We eten wat en na een hete douche duiken we meteen het bed in… Wat sliepen wij lekker!

We hebben zeker nog 4 dagen flink last van onze spieren en knieën maar dat beperkte ons niet in ons reizen. De volgende dag zijn we dan ook vanaf Tunxi met het vliegtuig naar Xi’an gevlogen. Het standaard riedeltje ‘security – inchecken – douane’ was de snelste ooit. In welteverstaan 3,5 minuten zaten we (uiteraard) veeeeeeelste vroeg bij onze gate te wachten tot we mochten boarden.

Xi’an

Onze vlucht naar Xi’an was op kerstavond en onze eerste dag in Xi’an was dus eerste kerstdag. De Chinese cultuur doet niets aan Kerst en we hebben dus ook niet echt het kerstgevoel gehad. Het was inmiddels wel enorm koud geworden en om nog bij te komen van ons avontuur besloten we het rustig aan te doen en hebben we ons van koffietentje naar koffietentje verplaatst om een beetje internet te zoeken. Na te moeten concluderen dat dat niets uithaalt, hebben we op onze hotelkamer onder 3 dekens kerstfilms in bed gekeken.

Xi’an bezoek je voor het Terracottaleger. Dit ‘leger’ is in 1974 ontdekt door een boer bij het slaan van een put en is in de jaren daarna blootgelegd door overheid-aangewezen archeologen. Sinds 1979 is het te bezichtigen voor het publiek.

We hebben er veel over gehoord en gelezen en concluderen dat we écht geen 800-dagenpas nodig hebben, maar dat we het in een middag ook wel kunnen bezoeken. Ook hebben we onze verwachtingen naar beneden bijgesteld, zodat we niet teleurgesteld terug kwamen. Na weer wat scams te hebben ontweken, stapte we in de juiste bus (de scams zijn ook bussen die je uiteindelijk wel naar de afgraving rijden maar én meer kosten én eerst langs wat juweliers rijden voordat je bij het leger wordt afgezet. We hebben de afgravingen in de omgekeerde volgorde bekeken en dit was een goed idee. Hal 1 is de tophal. Hal 2 en 3 zijn daarentegen leuk voor ‘erbij’. Dus wij hebben 3-2-1 gedaan. Het is op zijn zachts gezegd zeker indrukwekkend. En wat mij (Tim) voornamelijk verbaasde is dat geen enkel beeld in zijn geheel is opgegraven, maar dat elk beeld uit scherven volledig opnieuw in elkaar is gezet (men is hier tot op de dag van vandaag nog steeds mee bezig, wat ook zichtbaar is tijdens het bezoek).

Pingyao

Zoals we ons bericht al begonnen, zijn we zojuist vertrokken uit Pingyao. Pingyao bezoek je om zijn Chinese authenticiteit. Het is een bijzonder goed bewaarde stad van zo’n 40.000 inwoners binnen de compleet intacte stadsmuur, allemaal daterende uit de Ming Dynastie. Het overgrote deel van de stad binnen de muur is autovrij en dit is heerlijk om doorheen te slenteren en om van alles wat om je heen gebeurt te genieten. De straten zijn hier voorzien van lampionnen, de authentieke manier van straatverlichting. Lantaarnpalen vind je hier dan ook niet. Alles is voor het overgrote deel van hout gemaakt en voor isolatie gebruiken ze nog zelfs nog mest en stro.

Het grappige van Pingyao is dat Tunxi totaal in het niets valt hierbij, maar dat wisten we toen nog niet! We genieten straat na straat van de traditionele ‘het-is-hier-net-een-filmset-vol-met-huisjes’ zoals je oud China voor je ziet. Ook raken we verzeild in een verlaten festivalterrein. Het staat vol met leegstaande fabrieken, die dienden als tentoonstellingsruimtes voor het jaarlijkse Pingyao International Photography Festival. Wat we hier tegenkomen is een onwerkelijk geheel en het lijkt wel een beetje een spookfestival geworden. Alle gebouwen waar de exposities (in september elk jaar) gehouden worden zijn nog volledig ingericht! Alle geëxposeerde foto’s liggen weliswaar aan stukken gesneden op de grond of hangen zelfs nog aan de muur. We lopen door de vele gebouwen en kijken onze ogen uit. Foto’s van een zwemmende Mao tot aan een serie dat (voor Chinese begrippen) controversieel ingaat op homoseksualiteit. Een behoorlijk contrast welteverstaan. We hebben wat nagevraagd bij locals, maar er wordt ons niet veel duidelijk.

Vanmiddag zijn we op de trein gestapt naar Beijing en helaas is er zulke luchtverontreiniging/smog dat het momenteel de hoogst schadelijke categorie is. We zijn vanuit de trein meteen de metro ingestapt en direct naar onze hotel kamer gegaan, uiteraard met mondkapjes op. We hopen op regen!

Hieronder een selectie van de meest vreemde vertalingen, vertaalfoutjes en vreemde naamkeuzes die we tijdens onze reis tot nu toe tegen kwamen, met name in China:

  • Naam van een eettentje: Chewing good
  • Gerechten op de menukaart:
    Sun died tomato’s
    French Fried
    Noodles Brakefast
  • Onderaan een menukaart: Enjoy your male
  • Aids for visually impaired persons op de knop voor stoplichten om over te steken
  • Watch out for pinching (ze bedoelen te zeggen: “Pas op dat je hand niet tussen de deur komt.”)
  • Caution we floor
  • By way insure you safe (typisch gevalletje door een een vertaalmachine halen en niet controleren)
  • Children need trout-up to ward (zelfde als hierboven)
  • Good-fellowship clue on (ik krijg er een Lord of the Rings gevoel bij)
  • Thrid Floor (Third! Jammer joh)
  • Civilised travel starts  from me (geen idee wat hier geprobeerd wordt te zeggen)
  • Dear guest: The construction of roads, to bring you travel inconvenience, forgive please!
  • Drepn the woeld (we hebben geen idee wat hier hoorde te staan maar het stond mega groot op iemand zijn jas)
  • Keep public health … tja wat bedoelen ze?
  • Handle or strap broken or Tom off. Oh Oh, die Tom!
  • Welcome to take our flight vonden we op de verpakking van een tandenstoker in het vliegtuig. Ja, echt, een tandenstoker.
  • Roayl Best, zal vast Royal Best moeten zijn.
  • Carefully slide (dit was in de douche en ze bedoelden: “Pas op dat je niet uitglijdt.”)
  • Bij een hotel: Today has the room … we gaan er gemakshalve maar vanuit dat ze vandaag nog een kamer of wat vrij hadden.
  • In een restaurant op de kaart hadden de engelse vertaling in elk gerecht surface staan… wat blijkt dit moest noodle zijn…..w

P.S.

Ze kennen hier ook geen oud en nieuw… dus we vragen jullie al jullie foto’s van jullie vuurwerk te mailen naar vuurwerk [ a t ] timvanheukelom.nl (Ja! Dit emailadres bestaat vanaf nu echt).

Reacties:

Drie landen en een beetje…

Drie landen en een beetje…

Cambodja — Thailand — Hong Kong — China

Op moment van schrijven bevinden we ons in de hogesnelheidstrein in China en zoeven we met 300 km/h van Shenzhen naar Guilin. Sinds ons laatste blog zijn we zo’n grove 3000 kilometer verder. Het is even geleden dat we van ons hebben laten horen, daarom blikken we nog even terug naar onze tijd in Cambodja, waar we met ons laatste verhaal geëindigd zijn.

Siem Reap, onze laatste stop in Cambodja. Een trekpleister vanwege de enorme tempelruïnes die men zo’n 150 jaar geleden ontdekte in de jungle, die de tempels overwoekerd had. Zie het als de piramides van Egypte, waarbij vragen als “Hoe hebben ze dit voor elkaar gekregen?” als eerste in je opkomen, wetende dat de tempels dateren uit de 12e eeuw.

Ankor Wat
De dag dat we de tempels gingen bezoeken, begon vroeg. Om welteverstaan half 5 ging de wekker, zodat we om 5 uur konden vertrekken op onze gehuurde scooter. Dit alles om te zorgen dat we om half 6 bovenop een van de tempels waren geklommen om de zonsopgang mee te maken. Gelukt! We waren op tijd (dat gebeurt niet vaak) en ook al zaten de slapers nog in de ogen en hadden we een lichtelijk zwaar hoofd — het was het waard! Een serene natuur en tempelsilhouetten op een achtergrond van oranje geblakerde lucht. Zo’n moment dat je automatisch gaat fluisteren als je wat tegen elkaar wil zeggen.

We hebben bewust gekozen om de zonsopgang niet bij de Angkor Wat zelf mee te maken, maar hebben van tevoren de Pre Rub uitgekozen om het ochtendgloren te aanschouwen.
Angkor Wat zelf staat elke morgen afgeladen vol met mensen die de zonsopgang daar willen ervaren en om nou met 7 rijen dik daar op rij 8 te staan leek ons geen succes. En onze keus loonde. Met welgeteld zeven anderen stonden we op deze alternatieve tempel. Een mooi begin van de dag!

Toen de zon eenmaal opgekomen was, hebben we gauw een ontbijt opgezocht om daarna een dag lang door de ruïnes te banjeren. In dit geval zeggen beelden meer dan woorden, dus zie de foto’s voor een goede impressie. Indrukwekkend was het zeker, voor een dagje dan. Je kon 7-dagen tickets kopen, maar dat raden we echt niemand aan. Je hebt het na een dag echt wel gezien, figuurlijk dan, want het aantal tempels is echt enorm.

Huishouden
Uiteindelijk zijn we zo’n 5 dagen in Siem Reap gebleven. Helaas hypertoeristisch, maar fijn om even wat rond te fietsen en het huishouden te regelen. Zo hebben we bijvoorbeeld een wasdag ingelast om ál onze kleren uit te wassen. Op Koh Rong Island hadden we namelijk onze was laten doen, maar was het viezer teruggekomen dan toen we het hadden ingeleverd.

Na het wassen stonden we met een tas vol natte kleren weer op straat. Zonder droogrek natuurlijk. Maar, waar een wil is is een weg. Teruggekomen op de hotelkamer hebben we onze schoenveters en riemen aan elkaar geknoopt en kruislings door de kamer opgehangen alsof het verjaardagsslingers waren. De volgende ochtend was alles droog en eindelijk ook écht weer schoon.

Onze reis in Cambodja zat erop. En eerlijk gezegd hadden we het er ook wel gehad. Niet zozeer met Cambodja, maar met de eenvoud (primitief is een te zwaar woord). Het contrast in manier van leven is prachtig, maar we misten zo nu en dan ook wel weer het stadse leven. Daarom besloten we onze reis te vervolgen naar Bangkok, Thailand.

We boekten een busticket en reisden in 6 uur tijd naar deze Thaise metropool, althans, er stond 6 uur voor gepland volgens de busmaatschappij. Eenmaal aangekomen bij de grens dien je lopend over te steken. Dit ‘immigratieproces’ duurde alleen al zo’n twee uur, waarbij we als kippen zonder kop maar ergens heenliepen. Niemand wist de procedure, maar toen we een metershoog portret van de onlangs overleden Thaise koning op een grensgebouw zagen prijken, wisten we dat we de goeie kant opliepen. Aan de andere kant werden we opgewacht om over te stappen in een andere bus. Het was gelukt en met een vertraging van zo’n drie uur kwamen we alsnog aan in Bangkok!

Bangkok
Bangkok is ons niet vreemd, we hebben in 2015 — tijdens ons “korte” backpack avontuur Thailand — al bezocht, en in Bangkok specifiek een vijftal dagen geweest. Dit komt voor ons met een heleboel voordelen!

  • Zo weten we ons wat makkelijker kenbaar te maken.
  • Hebben we een feest van herkenning en herkenbare punten.
  • Snappen we hoe alles een beetje in elkaar zit. En dat zijn de simpelste dingen zoals:
    • Hoe werkt het openbaar vervoerssysteem
    • Waar koop je een simkaart
    • Wat is een redelijke prijs voor de dagelijkse dingen
    • Waar moet je zijn om een beetje te shoppen

Dat laatste hebben we dan ook eigenlijk alleen maar gedaan in Bangkok, en dat was prima. Het was lekker om weer even in een vooruitstrevend en moderne omgeving te zijn als contrast op de voorgaande weken in Cambodja en Vietnam.
Het hart van Bangkok is gevuld met ontelbare shopping malls waar je letterlijk dagen aan dagen kan verblijven. De ene nog luxer dan de andere en zo bescheiden als we zijn hebben we maar naar ons budget geleefd en hebben we ons vooral in de cheap en middelmatige luxe malls begeven ?

Bangkok is ook de stad geworden waar we voor het eerst met open ogen in een “scam” gestapt zijn.
Op zoek naar een verborgen local eetstraatje die we herinnerden van vorig jaar, werden we aangesproken door een Thai in super goed Engels. Hij weet een leuk praatje met ons te maken, en verteld ons dat hij leraar is. Hij vraagt ons naar onze plannen en we vertellen hem dat we op zoek zijn naar warme kleding (warme kleding hoor ik je denken, we gaan het je straks uitleggen… en dan ga je ons snappen..) Maar eerst zijn we op zoek naar ons ‘eetsteegje’ waar we vorig jaar gegeten hebben en waar alles zo lekker authentiek is. Hij vind het jammer voor ons maar “het is zondag” dus dat konden we wel vergeten, die is natuurlijk dicht. Op dat moment hadden de bellen al lang moeten gaan rinkelen.
Hij wist een goede plek waar we kleding konden kopen en lokaal eten konden vinden, buiten het drukbezochte centrum (klinkt aantrekkelijk!). Voor we het wisten zaten we glimlachend en vol vertrouwen in een TukTuk.

Al rijdend in de TukTuk begon ons gevoel al wat te veranderen en bij aankomst bij een ‘shabby’ pand genaamd “International Fashion Centre”, waar de eigenaar zelfs Nederlands kon praten en ons zinnen als “kijken kijken, niet kopen” toewierp, trekken we al snel de conclusie dat dit vooropgezet spel is. We doen letterlijk één rondje van nog geen minuut en lopen we rechtsomkeer naar de TukTuk en zeggen wij dat we terug willen naar waar we opstapten. Uiteraard beweert hij bij terugkomst dat de afgesproken prijs voor de TukTuk keer twee moet zijn (heen én terug), we hadden het spelletje allang door. Daarom blijft één van ons in de TukTuk zitten tot hij het wisselgeld overhandigd heeft tot de laatste cent en stappen we uit. De TukTuk chauffeur is chagrijnig. Hij heeft een lange rit gemaakt zonder echte winst. Jammer joh. Uiteindelijk heeft de scam ons €1,25 gekost, daar konden we dan wel weer om lachen.
We vervolgen onze zoektocht naar wat te eten en uiteraard vinden we ons steegje en natuurlijk is hij op zondag niet dicht! Sterker nog, het is er levendiger dan anders!
We zetten het shoppen door en hebben dan ook 3 dagen letterlijk onze schoenzolen van onze schoenen afgelopen met de aanwinsten als volgt:

  • Michel heeft een geweldig mooie bril gekocht.
  • We hebben 2 truien (zoals beloofd leggen we het je straks uit) gekocht van een lokaal label op een friday flea market
  • Beiden een herfstjasje a €2,- en Tim een trui a €1,50 in de tweedehands sectie (uitleg volgt… nog even geduld!)
  • Beiden nog een T-shirt

Na 3 dagen shoppen waren we het ook wel zat en waren we blij dat we ons naar het vliegveld mochten begeven…
Ja je hebt je geduld goed bewaard dus zullen we het je ook uitleggen. We hadden na 2 maanden warm weer behoefte aan een wat kouder klimaat en daarom hebben we in Siem Reap tickets naar Hong Kong geboekt! De temperatuur is daar namelijk 19ºC à 21ºC graden. Oftewel zo’n 10 tot 15ºC graden kouder dan we de afgelopen maanden gewend waren. Echt iets waar we naar uitkeken!

We hebben tijdens de dagen in Bangkok onderzoek gedaan naar hoe we naar het “kleine” vliegveld konden komen vanaf ons hotel. We vlogen om 06:45, dus dan moet je tegen 04:45 toch wel in de buurt zijn.
De conclusie is dat er een bus 24 uur per dag rijdt van nabij ons hotel naar Bangkok – Don Muaeng Airport. We hebben hard gezocht, met mensen proberen te communiceren, maar iedereen had een andere mening — wat ook de Thai typeert, deze zal nooit gezichtsverlies willen lijden als hij het niet weet, en wijst je “dan maar een willekeurige kant op — waar de bus vertrok en uiteindelijk stonden we op het treinstation en daar wist niemand er wat vanaf. We hebben ook naar de taxiprijzen gevraagd en dat kwam rond de €15,- a €20,-. Uiteindelijk vragen we aan de ticketbalie van het treinstation of zij toevallig iets weten over een bus naar het vliegveld. De dame in kwestie komt met het super leuke nieuws dat er ook gewoon een trein rijdt. Als we de trein van 04:30 nemen, komen we rond 05:57 aan op Don Muaeng Airport. Super! We besluiten ruim op tijd op het station te zijn om een kaartje te kopen (wat alleen op dezelfde dag als je treinreis kan in Thailand). Na wat mis-navigatie en in donkere steegjes met blaffende honden te hebben gestaan, komen we om 04:00 aan op Station Bangkok, en na wat zoeken — alles is hier in het Thais — stappen we met treinkaartje (à €0,13) in onze trein. Na wat lichte twijfel of het wel goed gaat komen en of hij wel echt gaat vertrekken — we zien monteurs wat gespannen heen en weer lopen met gereedschap — rijden we dan toch echt weg!

Hong Kong

Het vliegen naar Hong Kong gaat voorspoedig en na 2,5 uur staan we dan op Hong Kong International Airport.
Vanaf het airport pakken we een bus naar downtown Hong Kong en de rit geeft ons een mooie eerste indruk van Hong Kong en na ruim een uur staan we in de buurt van ons hotel. Voor ons is het terugschakelen, na de goedkope landen als Vietnam, Cambodja & Thailand, om nu in een relatief dure plek te zijn. Dit brengt dan ook wat onhandigheden met zich mee.. Omdat elke dag de prijzen van hotelkamers anders zijn en ze in het weekend astronomisch hoge bedragen vragen, zijn we veel tijd kwijt met het elke dag in- en uitchecken en het slepen van hotel naar hotel. Dan denk je “Ja maar dan betaal je toch wat meer?”, klopt, maar als je van €11,- per nacht komt, en je nu €35,- tot €150,- in het weekend voor een kamer betaald van 6m2, wil je graag even je best doen om wat te besparen. Om het de pret niet te laten drukken, vinden we na een aantal dagen gelukkig een structurele oplossing.

panorama-skyline-hong-kong-island
panorama-lion-peak

In Hong Kong besluiten we definitief dat we ons best gaan doen op het verkrijgen van een visum voor China. Dit is naar het schijnt in Nederland al een taaie klus, en hier in dit departement van China lezen we dat het nóg moeilijker is om te krijgen. Toch besluiten we om het te proberen, en trekken we ons 2 dagen terug in verschillende koffietentjes om aan de eisen te voldoen voor een visum-aanvraag; je moet een reisplan aanleveren met alle hotels al geboekt en een onwards ticket. Dit vloeken we allemaal in 2 dagen in elkaar, en als holbewoners die uit hun winterslaap ontwaken komen we na die 2 dagen huiswerk aan op het visumbureau.
De dame die onze aanvraag beoordeeld is exact zoals we hadden verwacht: kortaf, autoritair, chagrijnig en ‘ambtenaristisch’. Na wat afkeurende strepen door onze aanvraag te hebben gezet en vragen te hebben gesteld, moeten we ons paspoort inleveren en krijgen we een papiertje waar op staat dat we over 4 dagen terug moeten komen om het weer af te halen. Weinig informatie verkregen hebbende en niet zeker of we nou geaccepteerd zijn, vermaken we ons nog 4 dagen in Hong Kong in afwachting van het resultaat.

  • Zo doen we een hike van net buiten Hong Kong naar Lion Peak Rock — we hadden behoefte aan natuur en vooral iets anders dan beton, en de klim is ook gezond. En zien Hong Kong vanaf 500 meter hoogte
  • Zien we de skyline van Hong Kong vanuit een heleboel verschillende perspectieven en bij zowel dag als nacht.
  • Doen we een rondje ‘trekpleister’ van Hong Kong.
  • Ontdekken we de Chinese keuken en gaan we een avond ‘dimsummen’, waar Hong Kong dé plek voor is.
  • Ontmoeten we een oude bekende van Tim die toevallig ook in Hong Kong is en trekken een avondje er mee op uit.
  • Ontdekken we alle hoekjes van Hong Kong met die schattige pittoreske trammetjes
  • Verbazen we ons aan alle mooie neon borden door de stad heen.
  • Gaan we de “so called goedkope” marktjes af opzoek naar een warme jas voor China.
  • Doen we een rondje art galleries.
  • Lachen we om de soms vreemde vertalingen en foutjes?!?
  • Verbazen we ons om de ontzettende rijkdom, dure auto’s en dure modemerken door de gehele stad(er zitten letterlijk 16 Dior-, 7 Louis Vuitton winkels en ga zo maar door).

We gaan na 4 dagen terug naar het visumloket en tot onze grote blijdschap is daar ons paspoort met visum voor China! We pakken dan ook de daad bij het woord en gaan vrijdag vanaf Hong Kong met de metro naar Lo Wu station wat het grensstation is, je loopt hier door de douane van zowel Hong Kong en later China (ze horen toch bij elkaar) en dan ben je in Shenzhen, China!
Hier is ook alles super goed geregeld en kunnen we zo in de volgende metro stappen naar het centrum, naar ons hotel.

CHINA BABY!
Shenzhen is een enorme stad — 10,6 miljoen inwoners (!!!) — en het is alles wat je voorstelt bij Chinese megasteden; alles is heel ruim opgezet met grote pleinen en mega grote gebouwen, ook zie je dat dit een enorm rijke stad is. De dure modemerken zitten weer op elke straathoek en om de haverklap staat er een enorme shopping mall.

We hebben Shenzhen alleen gebruikt voor de makkelijke binnenkomst van China vanuit Hong Kong en willen eigenlijk de volgende dag met de bullet trein al door naar Guilin. Helaas zijn de treinkaartjes voor de 10e vergeven en we kiezen er voor een dag later naar Guilin te gaan. Tim is de 10e jarig en dit hebben we dan ook met koffie en taart ÉN een heerlijk uitetentje die avond bij een Italiaan (ja,ja je leest het goed.. Italiaans in China) gevierd. Dit is een cadeau van het thuisfront en namens beiden nog heel erg bedankt daarvoor!

Wist je dat:

  • Mensen heel graag met je op de foto gaan hier… waarom weten we eigenlijk nog niet.
  • De taalbarrière zo groot is en dat je met tekeningen uitlegt wat je wel en niet in je noodlesoup wilt.
  • De Hotels echt weer lekker goedkoop zijn.
  • Dat we vergeleken worden met Heath Ledger & Hugh Grant (misschien hebben we hier een verklaring voor nummer 1).
  • We een heleboel “gewone” sites zoals Google, Facebook, Instagram & Twitter niet kunnen bezoeken (via de normale weg).
  • De luchtkwaliteit zo slecht kan zijn dat we zelf ook met van die mondmaskertjes rondlopen.
  • Mensen gewoon lukraak in het Chinees tegen je praten alsof je het verstaat.

Gisteren zijn we zoals gezegd met de bullet train naar Guilin gereisd en we vertellen jullie graag wat hier voor moois te zien is, de volgende keer!

Duurt het je soms te lang voordat we onze belevenissen weer met je delen?
Op Instagram delen we vrijwel dagelijks foto's met daarbij een kort onderschrift. Hiermee heb jij alvast een kleine preview.

Michel
instagram.com/michelwalpot

Tim
instagram.com/timtjomme

Reacties:

Bam! We zitten in Battambang!

Naar Hélán via Taiwan & Japan!

Taiwan — Japan

Meer dan anderhalf jaar na onze terugkomst in Nederland besluiten we dan toch het laatste stukje van onze trip toch nog maar eens te delen. We hebben de blogs nog even terug gelezen en we zijn bij de aankomst in Taipei gestopt dus laten we daar dan ook starten.

Na een laaaaange reis komen we op 6 mei 2017 aan in Taipei… We hebben tijdens onze layover al een hostel geboekt — wat redelijk uitzonderlijk voor ons is. Het Heybear Capsule hostel is het eerste Capsule hotel waar we mee in aanraking komen. Het principe is heel eenvoudig; in plaats van een kamer met verschillende losse bedden, is het een kamer vol met losse — afsluitbare — huisjes. Zo heb je de voordelen van een hostel en heel veel minder de nadelen. Alle privacy is er gewoon, ze zijn geluiddicht(er) en je hebt je eigen stopcontact en soms je eigen tv. We konden wel wat slaap gebruiken en zijn die avond dan ook goed op tijd in onze eigen (tijds)capsule gestapt.

Ken je dat, dat je in je accommodatie (hostel in ons geval) aankomt en je meteen zoiets hebt van: “JA! Dit is tof, hier gaan we een goed verblijf hebben!” Nou, dat gevoel was bij ons meteen aanwezig en de medewerkers en de kamers waren echt super! We besluiten om gelijk de volgende dag de bergen in te gaan en staan op tijd op om zoals afgesproken met het hostel 6:30 uur klaar te staan om opgehaald te worden met de bus.

Om 5:45 gaat de wekker. We kleden ons aan en we hebben onze armen nog niet door de mouw geschoven of er wordt om 6:00 op de deur geklopt. Met een groot vraagteken openen we de deur. Een lieve Chinese dame bazelt iets in het Chinees en de frons op ons voorhoofd doet haar besluiten om GO GO GO naar ons te gebaren en met het mooiste Chinese accent ook te zeggen. We kijken elkaar aan en we besluiten iets te versnellen, maar ons zeker niet te haasten. Half 7 is half 7. De Aziaat (we hebben dit in andere landen inmiddels ook meegemaakt) is redelijk onberekenbaar qua tijd en afspraken. Óf je staat 2 uur lang op de nachtbus te wachten zoals in Vietnam, óf er wordt een half uur van tevoren aangeklopt met de vraag waar je blijft. Het is altijd weer een verrassing.

Om de vrouw toch een beetje tegemoet te komen, staan we om 6:15 bij de receptie waar dezelfde dame staat. Ze geeft ons 2 duimen in de lucht. Ze zegt nog wat in het Chinees tegen de nachtportier en ze gebaart ons te volgen. We lopen door de prachtige donkere straatjes van Tunxi, waar om de hoek de bus voor ons klaar staat. We nemen als eersten plaats in de koude bus. We kijken elkaar aan en hebben een flashback naar Guilin, hopende dat we dit keer toch echt alléén transport naar de kabelbaan hebben geboekt en niet een volledige tour! De bus vult zich met een tiental Chinezen en we gaan op pad. De dame die ons in alle haast opgehaald heeft gaat niet mee en dat daarmee best een opluchting — geen tour gelukkig!

Met de slaap nog half in onze ogen komen we na 1,5 uur aan bij het benedenstation van de Yellow Mountains. We stappen uit de bus en vanaf dat moment is alles onduidelijk. Uiteraard is alles weer enkel in het Chinees omschreven. Geen enkele Engelse uitleg en niemand die Engels spreekt. Met de vertaal-apps komen we ook niet veel verder en besluiten ons maar als kuddedier te gedragen en met de rest mee te lopen. Bij een willekeurige balie kopen we een ticket van 38,- (€5,50). Waar het ons naartoe brengt weten we alleen niet… heerlijk die onduidelijkheid!

Dit ticket blijkt echter voor de tweede bus die ons naar het middenstation brengt. Hier aangekomen komen we er achter dat je hier je entreetickets koopt voor zowel de Yellow Mountains als de kabelbaan naar boven.

We genieten al sinds het begin van onze reis van het feit dat het hier laagseizoen is. We hebben eigenlijk nergens wachtrijen gehad, of dat het ergens zó druk is dat je je weg naar voren moet werken om ook maar íets te kunnen zien.

Ook bij de Yellow Mountain’s lopen we langs meters lange dranghekken die als zigzaggende slangen (weet je nog; vroeger; Snake op de Nokia) zijn neergezet vanwege crowd-control. We lopen ze allemaal voorbij en staan zo vooraan om een kaartje te kopen. Ook bij de kabelbaan lopen we zo door en nemen de kabelbaan naar boven.

Zodra we wat beginnen te stijgen daalt onze onderkaak steeds verder naar beneden en aanschouwen we het eerste adembenemende vergezicht. We stijgen dóór de wolken en komen uiteindelijk dan ook boven de wolken uit, wat echt zó prachtig is om te zien; de toppen van de bergen die in de verte als maar meer lichter grijs worden en uiteindelijk samenvloeien met de bewolking die ertussen hangt. Het is inmiddels 8:30 en rond het vriespunt, we stappen al grijnzend de kabelbaan uit en weten beiden dat dit een prachtige dag gaat worden.

Grofweg gezegd lopen er 3 hike routes door de bergen en we beginnen met goede moed aan de eerste route die bij de kabelbaan begint. Het is zo mooi dat we na een aantal minuten al concluderen dat dit niet zo’n bestemming is waar de plaatjes op internet altijd zoveel mooier zijn dan de werkelijkheid, maar dat het ECHT zo prachtig is!

We schieten de ene foto na de andere, maar concluderen al gauw dat elke foto niet de werkelijke prachtige waarheid weerspiegeld. We krijgen geen genoeg van al dit moois en na zo’n 15 km klimmen en afdalen in de bergen besluiten we dat het na 8 uur hiken mooi is geweest. We zijn zo gaar als kip. Al zoekende naar de kabelbaan naar beneden, komen we een gids tegen die gelukkig Engels spreekt en die adviseert ons haast te maken daar het inmiddels al 16:30 uur is en de kabelbaan om 17:00 uur sluit! We zetten het op het rennen en na een heee-heeee-heeeeeleboel trappen en klimmen en rennen komen we bekaf om 16:52 uur aan bij de kabelbaan naar beneden. Deze blijkt dan al gesloten, dit terwijl de gondels nog wel af- en aankomen! Er staat een politieagent/parkwachter die geen Engels kan en wij gebaren dat we toch echt mee moeten! We krijgen een berg Chinees naar ons hoofd en zijn niet veel wijzer. We worden wat wanhopig, maar gelukkig komen er nog 4 mensen aangerend (het moest gewoon zo zijn), en 1 hiervan kan een beetje Engels. Na deze als tolk te hebben gebruikt komen we er achter dat deze meneer niets voor ons kan betekenen en wij ten prooi gevallen zijn aan pure bureaucratie.

Het enige wat er voor ons op zit is naar beneden te hiken. Het is inmiddels 17:00 uur geweest en de zon gaat al onder wat niet handig voor onze trip naar beneden is, maar wel weer prachtige beelden geeft.

Met zijn zessen (onze vier nieuwe vrienden en wij twee) beginnen we aan een tocht naar beneden die nog eens ruim 5 km is. In het pikkedonker (lang leve de telefoons met een flitser als lampje ÉN de powerbanks) lopen we met zijn zessen in meer dan 2,5 uur naar het middenstation. Hoe uitgeput we ook waren en hoe pijn alles in onze benen maar vooral knieën ook deed, beiden lopen we met een grijns naar beneden en zijn we zo dankbaar dat deze 4 op ons pad kwamen. Let wel… alles staat nog steeds in alleen het Chinees hier aangegeven, dus ook de bewegwijzering voor het pad naar beneden. Zelfs onze 4 metgezellen snapten soms de borden niet en met hun lopen we een aantal keren verkeerd (kan je nagaan als we het zelf zouden moeten vinden).

Na de barre tocht naar beneden komen we aan bij een (ander) middelstation dan waar we opgestapt zijn. Het is inmiddels tussen 19:00 en 20:00 dus de bussen naar het dalstation zijn er allang niet meer! Bij de pick-up plaats waar we dit concluderen staan nog 2 locals en zoals we het begrijpen hebben zij een bus weten te regelen door iemand te bellen. Deze komt binnen 40 minuten. Al wachtende in de kou breidt de groep uit met nóg 6 laatkomers. Ook proberen we met de “originele” 4 te communiceren over ‘hoe nu verder’ als we beneden zijn én of ze een taxi kunnen regelen. We denken dat we elkaar begrijpen en lachen naar elkaar. Samen zeggen we tegen elkaar dat ook dit goed komt en zien in de verte de bus aankomen.

De rit met deze bus duurt ruim 3 kwartier en met stijve spieren en zere benen stappen we de bus uit op het dalstation. Onze 4 helden moeten ook naar Tunxi, alleen kunnen er maar 4 in een taxi en maken zij gebruik van een soort Chinese variant op Uber (online taxi bestellen met creditcard). Dit blijkt voor hun moeilijker dan gedacht en er wordt met de 2 locals die we bij het middenstation tegenkwamen gekeken wat onze opties zijn. We horen prijzen voor een taxi voorbij komen, variërend van 160,- tot 220 (grofweg €22,- tot €28,-). Inmiddels vinden we bijna alles al goed en stemmen in. Iedereen belt wat rond en kijkt in zijn taxi-app, maar dit lijkt niet echt succesvol. We komen er achter dat de 2 die sinds het middenstation bij ons clubje “we-zijn-te-laat-en-moesten-de-berg-af-lopen” zijn gevoegd locals zijn en dus hier in de buurt wonen. Ze geven aan dat ze misschien wel iemand kennen die ons wilt terugrijden. Een soort particuliere taxi dus.

Uiteindelijk weten ze iemand te regelen met een 7-persoons auto die ons terug in T